• anjakeesmaat

Blog 1: Losers zonder Lexus



Spanje:

'Laten we vanaf nu eens iets duurzaams doen,' zeggen we tegen elkaar. 'We hebben niet veel spullen, maar wat we hebben moet goed zijn.' Ik bestel dus goede weekendtassen met dertig jaar garantie. 'Die overleven ons waarschijnlijk wel. Dan kunnen we onze kinderen ook iets nalaten.'

Ons nageslacht kijkt ons een beetje meesmuilend aan. Ze zitten niet echt te wachten op van die wanstaltige gevaartes, die ook nog eens de foute kleur groen hebben. Wij vinden die kleur ook niet echt daverend, maar daardoor waren ze een stuk goedkoper en dat gaf de doorslag. Ze zijn alleen wel erg groot. Weet ik veel hoeveel 142 liter is. Het stomme is, dat als je een grote tas hebt, de inhoud zich op miraculeuze wijze lijkt te vermenigvuldigen. Voor het eerst is overgewicht een serieus probleem.


We verlaten Nederland op een koude, gure, nare, regenachtige dag. Karin staat als een klein stipje in de stromende regen bij de bushalte te wachten. De tranen stromen over mijn gezicht. Ik zal er nooit aan wennen om afscheid te nemen. Ze gaat weer terug naar Leiden. Wij gaan verder richting Spanje. Gelukkig worden we door Pa Keesmaat weggebracht naar Eindhoven.

We vliegen met de een of andere prijsvechter en die zijn wel heel streng in de leer. Als we in Eindhoven proberen in te checken, zegt de vriendelijke dame dat we 3 kg te zwaar zijn. Dat wordt dus uitpakken en hergroeperen. En zo zitten we gezellig midden in de vertrekhal onze bagage om ons heen uit te stallen, om vervolgens de zware dingen in onze handbagage te proppen. ‘Wat een stom spelletje eigenlijk,’ zuchten we.

We gaan weer in de herkansing. En zowaar. Het lukt. Tot op de gram. We zijn best trots op onszelf. Er is nog een klein probleempje: de gitaar. De kleine lettertjes brengen geen uitsluitsel. Blijkbaar reist niemand met een muziekinstrument. Het grondpersoneel weet het ook niet en zegt dat we hem maar gewoon als handbagage mee moeten nemen. Dat vinden ze bij de gates dan weer niet zo’n goed plan, dus die sturen ons weer terug. Dat vinden ze bij de incheckbalie niet zo’n goed plan, dus die sturen ons naar de afdeling Speciale Bagage en die knallen hem gewoon op de band. Dat vinden wij dan weer niet zo’n goed plan. Maar daar hebben zij dan weer niet zoveel problemen mee.

We bewegen mee in de stroom fitte vutters, Net iets te bruin, net iets te blond, net iets te dik, de kleding net iets te fel, de stemmen net iets te hard en te schor van net iets te veel alcohol en sigaretten. En natuurlijk met een net iets te klein hondje dat vast ‘Fluffy’ heet. De gezichten zijn glad en strak, alsof ze uit een ander tijdperk komen dan de rest van het geheel. Als ik het zou moeten omschrijven, zou ik denk ik zeggen: ‘Het is allemaal net iets te.’

Als we in Alicante aankomen, blijkt het openbaar vervoer best goed geregeld te zijn en voor we het weten, worden we door de bus midden in de stad uitgespuugd, waar het inmiddels donker is.

Omdat onze vrijheidsdrang nogal extreem is, hebben we moeite om dingen van te voren te regelen, dus hebben we niks geregeld. We besluiten dus eerst maar een hapje te gaan eten. Een jaar of twee geleden was ik helemaal uit mijn stekker gegaan bij het idee dat ik ‘s avonds laat nog geen slaapplekje had, maar een mens leert blijkbaar.

Het blijkt een goed plan. Met onze wanstaltige weekendtassen is het al gauw duidelijk dat we verdwaalde toeristen zijn en iedereen in het restaurant is wel genegen om even mee te denken. En zo vinden we op de valreep toch nog een plekje om het moede hoofd neer te leggen.

Er is een reizigersgezegde dat zegt: ‘Je lichaam kan zich heel snel verplaatsen, maar je ziel komt te paard. En totdat je ziel er is, heb je de blues in je lijf.’ Het paard met ziel is gevoelsmatig nog maar halverwege de Biesbosch. Maar als we de volgende dag op een bankje uitkijken over de haven van Alicante, ebt het bluesgevoel alweer snel weg. We vergapen ons aan de speeltjes van de Rijken der Aarde en komen tot de conclusie dat die vast heel ongelukkig zijn. Ze hebben in elk geval geen tijd. Er is niemand te bekennen. We maken een praatje met een visser die in het superheldere water zijn slag probeert te slaan. Er blijkt zelfs een klein museumpje over de Volvo Ocean Race te zijn. We vinden Alicante wel leuk. Vooral de zon scoort hoog.


Wat minder leuk is, is de afwezigheid van een auto. In Nederland kunnen we geen auto kopen omdat we daar niet ingeschreven zijn, maar in Spanje kan dat wel. Dan moet je echter wel een NIE-nummer hebben. Dus wij moeten een NIE-nummer. Vriend Robbert helpt ons op weg. We downloaden het formulier, vullen dat in en gaan dat inleveren. Het is meer dan een uur lopen, maar dat schijnt goed voor je te zijn. So far, so good. Het probleem begint pas als we willen betalen. Dat moet bij een bank en je voelt hem al aankomen. Daar heb je een NIE-nummer voor nodig. Dus wij eerst maar naar de vreemdelingenpolitie om het formulier in te leveren en je voelt hem al aankomen. Daar heb je een betaalbewijs van de bank voor nodig en dat hebben we niet, omdat we geen NIE-nummer hebben.

Kafkaiaanse toestanden. We proberen het uit te leggen, maar de beambte vindt dat de bank dat maar moet oplossen.

‘En het formulier is ook niet goed,’ deelt hij terloops mee.

‘Maar dat hebben we van de website gedownload,’ protesteren we. Het maakt niet zoveel indruk. Gelukkig is hij zo genadig om een formulier voor ons te pakken. Het is precies hetzelfde als ons exemplaar, maar dan met een doorslag. Ambtenaren zijn ook over de hele wereld hetzelfde.

Gelukkig ontmoeten we een aardige dame die ons naar een bank verwijst waar je zonder NIE-nummer kunt storten. Onze dank is groot. Met gezwinde spoed gaan we, met betaalbewijs, weer terug naar de vreemdelingenpolitie. Helaas kunnen we het nu niet inleveren en krijgen we een afspraak voor over twee weken. Wat wij best lang vinden. We zijn we de enigen die dat vinden.

We zijn uitgenodigd door vrienden die in Benissa wonen. Er gaat een boemeltreintje van Alicante via de kust naar dit rustieke dorp. Het is een leuk ritje van een uur of drie. De zon schijnt, het uitzicht is leuk en kijken elkaar eens aan. ‘Het is niet altijd verstandig wat we doen, maar we hebben een leuk leven.’ We zijn het weer helemaal met elkaar eens.

Het is een warm weerzien met Robbert en Renate de Haan. Het is een feest van herkenning. We zijn dezelfde tijd vertrokken uit Nederland. Onze kinderen studeren in Nederland. Kortom alle vier vertonen we onverantwoord gedrag. Pensioen? Wat is dat? We hopen maar dat Jezus voor die tijd terugkomt.


Ze wonen op een prachtig plekje op een berg. In de verte glinstert de Middellandse Zee. ‘s Ochtends kleurt de zon de omringende heuvels met een oranje/rode gloed. We draaien een paar dagen mee in hun leven. Ze verzorgen onder andere het onderhoud en verhuur van huizen (www.haanresidence.nl). Ik ga met Renate schoonmaken en kijk met verbazing naar alle verschillende flessen en flesjes en doekjes en schoonmaakattributen. Ik word even bijgeschoold in de nieuwste schoonmaaktechnieken. Voor het eerst van mijn leven heb ik ramen gezeemd zonder strepen achter te laten. Je zou er helemaal lyrisch van worden. Wim schrobt de tegels met de hogedrukspuit en babbelt wat met de Marokkaanse tuinman.

Robbert regelt voor ons een prachtig huis en we mogen de auto van Renate lenen. Sommige mensen zijn goud waard. We zijn blij dat we deze twee goud-Haantjes kennen. We boeken een ticket voor Karin, zodat ze de kerstvakantie lekker in het zonnetje kan doorbrengen. Ben kan helaas geen vrij nemen. En dan zitten we opeens in een mooie Spaanse villa. De Marokkaanse tuinman, die ook deze tuin onder zijn beheer heeft, kijkt verbaasd als hij de schoonmakers van de vorige dag opeens als jetset terugziet. Hij kan ons niet zo plaatsen. We vlijen ons neer op onze ligbedden met dikke kussens en staren naar het zwembad. ‘s Ochtends ontbijten we in de ochtendzon, met verse croissantjes en koffie op het terras. We hebben keuzestress wat voor glas we zullen kiezen en van welk bord we zullen eten. Het staat in schril contrast met het keukentje en de daktent van de Lexus, en toch is het allebei even leuk.



Ondertussen is Peter, die onze auto terugrijdt naar Suriname, gestrand bij de grens tussen Brazilië en Guyana. Hij komt er niet in. Ze vertrouwen de Spaanse notarispapieren niet. Wim moet van alles faxen. Het is nog even een toer om de douane ervan te overtuigen dat de faxapparaten in Europa allemaal in een museum staan. Wim vertaalt de papieren met enig gevoel voor creativiteit en laat het geheel vergezeld gaan van een foto van hemzelf met paspoort en het bewuste papier en zijn Surinaamse rijbewijs, waarna hij het geheel naar Peter mailt. Die gaat gewapend met nieuw bewijsmateriaal weer richting de grens. Het blijkt een gouden zet. De douane gaat overstag en ze kunnen hun reis vervolgen. Wij kunnen weer opgelucht ademhalen en verder met ons decadente leventje.

Ook hier bedriegt de schijn weer. Onze bankrekening is omgekeerd evenredig aan de luxe waarin we ons wentelen. Het plan was dat onze huurder eventueel de auto zou kopen, maar net een week voor de auto arriveert, devalueert de Surinaamse Dollar en gaan de benzineprijzen omhoog. Het eventueel kopen wordt dus niet kopen. Een beetje slechte planning van Bouterse, vinden we. Dat hebben we wel vaker. En zonder de verkoop van de Lexus wordt het low budget voor een ander vehikel.

We gaan ons NIE-nummer inleveren bij de vreemdelingenpolitie in Alicante. De man is zo verschrikkelijk snel. Binnen een paar seconden is alles geregeld. We kunnen de papieren over twee uur ophalen. We happen naar adem. We moeten heel onze mening over ambtenaren weer herzien. Kunnen ze die man niet klonen en dan over de hele wereld verspreiden?

Robbert weet nog wel een goed adresje voor een auto voor weinig. En zo komen we in het bezit van een Ford Fiasco van 23 jaar oud voor 600 euro. Als hij Zuid-Frankrijk haalt, hebben we het bedrag er al bijna uit. Wim weet niet eens de kleur meer. De rampenscenario’s buitelen ‘s nachts door mijn hoofd en ik word met bonkende slapen wakker. Maar als hij hem de andere dag gaat halen, blijkt het allemaal best mee te vallen. Hij rijdt, hij is waterdicht en er zit zelfs een radio in. En hij is wit. Oh ja, en de verf op het dak is niet helemaal droog. We hebben alles wat we nodig hebben. Wat wel wat lastig is, is dat de deursloten alleen maar vanaf de binnenkant open kunnen. De achterklep kan wel vanaf de buitenkant open. De procedure is dus als volgt: Wim doet de achterklep open en dan kan hij net bij het knopje van de achterdeur. Ik doe dan de achterdeur open en wurm me langs de hoofdsteun naar het voorportier, die ik dan triomfantelijk open. Wim heeft zich dan inmiddels bevrijd van de achterbank en staat geduldig te wachten tot ik door heb dat ik zijn deur open moet doen. Uitstappen is een stuk simpeler. Deur dichtgooien. Klaar!


‘Het ligt aan de sleutel,’ zeggen we tegen elkaar. ‘Dat kan niet anders. Die is gewoon afgesleten.’ Dus er wordt een nieuwe sleutel aangeschaft. Hij glimt ons tegemoet. Het is de laatste keer dat we de hele sleutel hebben gezien, want als Wim hem in het contact steekt, krijgt hij hem er met geen mogelijkheid meer uit. Met beleid niet en zonder beleid ook niet. Het enige voordeel is dat je hem niet kwijt kunt raken. We hangen discreet een doekje over het geheel om ons mislukte project aan het oog te onttrekken. Wel jammer dat het een rood doekje is. Een camouflagekleur had misschien beter geweest. Maar hij rijdt als een tiet. Echt waar, en we zijn er hartstikke blij mee. Het is wel een lullig gezicht om ons barreltje op de oprijlaan van een Spaanse villa in een Spaanse villawijk te zien staan. Robbert heeft nog een adresje waar we een verzekering kunnen afsluiten. Robbert heeft het druk met ons. Gelukkig draagt hij zijn lot blijmoedig.

We gaan naar de kerk met Robbert en Renate. Het is een kleine gemeente. Heel klein. De gemiddelde leeftijd is zo’n beetje 90+, hoewel die door Robert en Renate en nog wat jonge gezinnen weer naar beneden wordt gehaald. Maar de voorganger is vol vuur. Dat is dus een echte. Dat zie je zo. Of er nou 1 of 1000 mensen in de zaal zitten. Hij brengt zijn boodschap met passie.


Er is een klein jongetje met een plastic vrachtwagentje met zijn ouders op bezoek in huize de Haan. Hij laat hem staan. Dat komt goed uit, want Robbert en Wim hebben besloten dat dat heel handig is om een dolly van te maken, die je kunt gebruiken om mooie filmbeelden vast te leggen. De wieltjes zijn wat hobbelig, maar dat wordt opgelost met tape. Heel veel tape. Net zo lang tot alles soepel rijdt.

De andere week zitten we op een terras met het jongetje en zijn ouders. Ik zie opeens twee mannen heel hebberig naar zijn nieuwe plastic auto kijken. Dit exemplaar heeft een soort kanon bovenop, dat kan draaien. Als je daar een camera op vastmaakt, kan die ook draaien. Dat is gaaf. Die auto moeten ze hebben. Het jongetje vertrouwt het niet. Hij houdt de auto tegen zijn borst geklemd. Ze proberen hem af te leiden. Het schouwspel wordt steeds interessanter. Ze krijgen het niet voor elkaar en delven het onderspit. Het jongetje zegt een paar keer hartgrondig ‘no!’ en verliest zijn speeltje geen moment uit het oog. Deze keer vergeet hij hem niet. De heren druipen af.


Gelukkig komen we onder het kerstdiner in een plaatselijk restaurant uit, dat door de kerk is georganiseerd. Het leven zonder vaste woon- en verblijfplaats heeft zo zijn voordelen. De stemming lijdt er in elk geval niet onder. Als de voorganger de Engelse dametjes op leeftijd waarschuwt dat ze het deze bij twee wijntjes moeten houden, omdat ze nog moeten rijden, roepen de pittige wijfjes in koor: ‘Too late!’ en bestellen ze onder grote hilariteit nog een brandy.

We verrassen Theo en Margriet met onze aanwezigheid. Ze slaken een kreet als het gezicht van Wim opeens voor het raam verschijnt en even later belanden we in een warme omhelzing. We hebben genoeg te bepraten en we blijven praten.

Tweede kerstdag hangen we met zijn allen op een loungebank van een terrasje aan zee, eten tapas en babbelen over van alles en nog wat. Als de zon weggaat doen wij dat ook en zetten we onze gesprekken voort onder het genot van een afhaalchinees. Geen kerststress voor ons. Helemaal geen kerst trouwens, maar die discussie zal ik jullie besparen. Ik weet wanneer ik beter kan zwijgen.


Karin heeft inmiddels ons groepje versterkt en dat is Genieten met een hoofdletter. De eigenaar van ons paleisje heeft het onzalige plan opgevat om ook nog wat dagen in zijn alleraardigste bezit door te brengen en wij verkassen naar een appartement aan de kust. Daar slalommen we op de boulevard tussen de rollators door en voelen we ons nog heel jong en fris en fruitig. De tijd vliegt en voordat we het in de gaten hebben, moeten we Karin weer naar de luchthaven brengen.

We bezoeken nog een soort burcht in Alicante. Karin houdt van alles wat oud is, behalve van onze auto. Die parkeren we een beetje uit het zicht. Het is wel een beetje jammer dat het achteraf een betaalde parkeerplaats blijkt te zijn. Dat levert ons dus een parkeerbon op. Als we meteen betalen, krijgen we korting. We rijden Karin naar het vliegveld, keren na een eenzijdig tranenfestijn terug naar Alicante en proberen daar een parkeerbon te betalen.

Dat valt nog niet mee. Ten eerste staat er alleen een streepjescode op, zonder verdere gegevens. Er is een politieagent die denkt dat je dat bij bank moet doen. Wij naar een bank. Die weet te melden dat het wel kan bij hen, maar dan alleen tot twaalf uur. Ik zal maar niet zeggen hoe laat het is. Bij een andere bank is de tijd geen probleem, maar wordt de streepjescode niet geaccepteerd. We worden er een beetje simpel van. Als we de andere dag op een politiebureau informeren, weet mevrouw agent met grote stelligheid te beweren dat de bon niet geldig is omdat er geen handtekening op staat, dus we laten het maar zo.


We moeten 2 januari in de Provence zijn, waar we drie maanden op een huis gaan passen. Omdat we niet weten of ons hoogbejaarde autootje dat in één keer gaat redden, gaan we vroeg genoeg op weg. Het vertrek loopt wat vertraging op omdat het afscheid nemen erg gezellig is. Eerst bij Robbert en Renate, waar we ook nog even de voorste remblokken hebben vervangen, en later bij Theo en Margriet.

Als we dan eindelijk in de auto zitten, is het al halverwege de middag.

‘Hij rijdt heerlijk,’ zegt Wim. ‘En de radio doet het.’ We zitten gezellig in ons kleine wereldje mee te brullen met de muziek die uit de speakers schalt. Het is inmiddels een beetje warm, want de verwarming kan uit of aan en hij staat aan. ‘Ik kan uren zo rijden,’ zegt hij tevreden. En dat doen we dan ook maar. We rijden heel de nacht door. We zien Barcelona by night, Girona by night en komen om een uur of drie ‘s nachts bij de grens aan. Er staat wat politie en wij hebben een foute auto, maar een goed karakter, dus we mogen doorrijden.

Het loopt allemaal wat voorspoediger dan we hadden verwacht. Zonder wegenkaart en een gps waar nog niet de juiste kaarten in zijn geladen, belanden we in Frankrijk. Met een wat vage kennis van de Franse topografie redden we het toch tot Arles. En dan laat onze kennis van het plaatselijke wegennet ons in de steek. We vinden op een industrieterrein een goedkoop hotel en brengen in deze romantische omgeving Oud en Nieuw door.

We zijn benieuwd wat 2016 ons gaat brengen ...




29 keer bekeken
This site was designed with the
.com
website builder. Create your website today.
Start Now