• anjakeesmaat

Blog 18 Het ruime hemelrond

We hebben allebei een paar mega-dure bergschoenen aangeschaft. Sinds ik met mijn Uggs tijdens een wandeling van een stenen trapje ben gelazerd, ben ik iets voorzichtiger geworden met mijn bewering dat je overal op kunt lopen, als het moet zelfs op teenslippers, zoals de oude dametjes in Nepal deden.

Het leek ons dus niet onverstandig om goede schoenen aan te schaffen, maar dan moet je er wel mee lopen en ze niet alleen gebruiken om je van de auto naar de haven of naar het strand te verplaatsen. De plannen zijn groots. Een rondje Caldeira, bijvoorbeeld, de vulkaankrater midden op het eiland, waar je omheen kunt lopen, en dan ook nog vroeg, omdat dan het licht mooi is en je geen last hebt van de hitte en van de mensen.


Vroeg opstaan lukt nog wel, maar het venijn zit hem in het brood. We moeten nog een ontbijt zien te scoren, maar bij de eerste bakker zijn er zo’n twintig wachtenden voor ons. De tweede, derde, vierde en vijfde bakker rijden we voorbij en de laatste kunnen we niet vinden. Het gouden uur om te fotograferen is inmiddels voorbij en ons goede humeur ook. Als we eindelijk de bakker hebben gevonden, gaan we eerst maar koffiedrinken. ‘We zijn nu toch al te laat, de dag is toch al verpest,’ mokken we. Halverwege de ochtend komen we eindelijk bij de vulkaan aankakken. De bordjes geven de route aan naar rechts, dus we nemen links.

Als ik naar de top voor me blijf kijken, zakt de moed me in de schoenen, dus kijk ik maar naar mijn voeten, die stapje voor stapje verder gaan. En dan sta ik opeens bovenaan. Als ik achter me kijk, zie ik dat ik best een eindje ben geklommen.

‘Pittig, hè,’ zegt de rode kalkoen naast me.

‘Ach, het viel eigenlijk wel mee,’ zeg ik als we zijn uitgeblazen. ‘We hebben niet zoveel bagage bij ons.’

Ooit zei God tegen mij: ‘Laat mij je lasten dragen.’

‘Dank u wel Heer,’ zei ik, terwijl ik mijn rugzak weer oppakte. Inmiddels weet ik dat dat laatste niet slim was en ook niet nodig.


Het is doodstil en we zijn de enige wandelaars. Langzaam dringt de stilte tot ons door en kunnen we genieten. De hortensia’s slingeren zich als paarse linten door het landschap, in de richting van de kust, waar het paars zich vermengd met het blauw van de oceaan.

Ik heb een psalm in mijn hoofd, dat heeft misschien ook met mijn tempo te maken – we zongen vroeger op hele noten. Het is Psalm 19: Het ruime hemelrond, vertelt met blijde mond…

Als kind zei dat me niet zoveel. Het ruime hemelrond bestond uit het donker gebeitste plafond in de zware kerkgewelven. Het enige stukje blauw dat ik zag, zat in het gebrandschilderde raam en was met geen mogelijkheid ‘ruim’ te noemen.

Hier wel. Overal om me heen zie ik het ruime hemelrond, dat met blijde mond Gods eer en heerlijkheid verkondigt. Nu snap ik de tekst opeens.

We lopen verder. Er valt nog zoveel te genieten. Er zijn nog zoveel mooie plekjes op deze aarde.

Ik ben niet altijd zo heilig, dat komt door de buurvrouw. Daarover in blog 19 meer.




156 keer bekeken
This site was designed with the
.com
website builder. Create your website today.
Start Now