• anjakeesmaat

Blog 18 De snelheid van een driewieler


We zijn al vroeg in de weer en nestelen ons op het terras bij de bakker, met uitzicht op de bushalte. Het ontvangstcomité zit klaar. We zijn een half uur te vroeg en zitten als twee verliefde tieners te wachten op ons nageslacht in de vorm van zoonlief Ben en schoondochterlief Mirjam. Ben en Mirjam zijn eerst een paar dagen wezen sightseeën in Athene en zijn nu onderweg met de bus naar Pylos.

We krijgen een appje dat hun chauffeur ook op een terras aan de koffie zit. Hij reed iets minder soepel dan hij in gedachten had en nu heeft hij schade. Wij bestellen nog maar een keer.

Eindelijk arriveert de bus en kunnen we het spul in de armen sluiten.

We lopen met elkaar terug naar de haven en vertellen onderweg over de bijzonderheden van het bootjesvolk. Zo staat er een boot op de kant van drie Zweedse jongens.

Een paar weken geleden kwamen ze onze stroomkabel lenen. Dat deden ze niet alleen bij ons, maar ook bij andere bootjesmensen. Aangezien de meeste schippers van de curlinggeneratie zijn, hadden onze Zweedse millennials het zo voor elkaar en konden ze gaan klussen aan hun boot. Niet te veel en niet te lang, want het avontuur lonkte – dit was voordat Kostas van het gemeentehuis uit zijn stekker ging en niemand meer mocht inpluggen, behalve de kustwacht, want dat zijn ook dienaren der wet. Het cruiserleven leek de jongens wel wat. Dat vonden ook hun vrienden, want tegen de tijd van vertrek zit heel het bootje vol. Ze hebben proviand voor weken.

Na twee weken is het spul terug. De vrienden zijn verdwenen. Het was toch niet helemaal wat ze ervan verwachtten. En al dat gedoe met die motor die niet wilde, paste ook niet in hun idee van een cruisers lifestyle. Misschien meer iets voor later. Ze gaan alle drie huns weegs. Plannen genoeg. Het bootje staat te koop. Of wij nog proviand willen. Dat willen we wel. We krijgen havermout, gele erwten, kokosmelk en basilicum tot 2021. Zelfs nog zaadjes voor muntplantjes. Een beetje cruiser heeft een muntplantje aan boord voor de mojito’s. Zover is het niet gekomen. Ik prop alles in de kastjes naast de flesjes van Fotis. Fotis heeft een marineshop en elke keer als we daar komen, krijgen we een flesje olijfolie. Weigeren kan niet. Inmiddels puilt het kastje uit. De Heer geeft overvloedig, maar Fotis kan er ook wat van.

Onze Zweedse buren zijn weer een ervaring rijker. Ze hebben in elk geval het lef om iets uit te proberen. Frisse gasten. Ze zullen het wel redden.

Met veel feestgedruis mogen Ben en Mirjam de nieuwe hut in beslag nemen. Hij ruikt nog wel een beetje naar olie vanwege een klein lekje, maar dat gaan we nog oplossen met epoxy.

Wim start de motoren. Ik hang overboord om te kijken of ze niet al te erg roken en of ik een waterstraaltje zie. Het gepruttel klinkt ons als muziek in de oren. De motoren doen het en dat is het belangrijkste. Na bijna een jaar kunnen we eindelijk varen. Wim heeft een gelukzalige glimlach op zijn gezicht. Ik lach gelukzalig terug, maar kijk wel rond of alles goed gaat. We zijn nog lang niet zeewaardig, maar ankeren in de baai moet kunnen. We gooien de landvasten los en langzaam varen we weg.

Op de kade blijft een stapel hout achter met een gevarendriehoek er bovenop. Als het meezit, haalt niemand het in zijn hoofd om zijn jacht aan te leggen bij onze brandstapel.

Natuurlijk moeten de zeilen worden gehesen. Het geluid van de motoren verstomd en we horen het ruisen van het water. Hier doen we het voor. Er staat bijna geen wind en we varen zo’n twee knopen. Zo’n beetje de snelheid van een driewieler. Het mag de pret niet drukken.

Er zwemmen visjes om de boot, het water is helder, de lucht is blauw en de zon lekker warm. Bovendien zijn we in gezelschap van twee mensen die ons zeer lief zijn. Soms komt alles bij elkaar en is het leven perfect.

We genieten van een zwoele avond en de ondergaande zon. We struinen door een gebied dat doet denken aan de Drunense Duinen, naar de volgende baai, waar zich een paradijselijk strand bevindt. Ben en Mirjam varen met de bijboot naar alle leuke snorkelplekjes in de baai en genieten van hun welverdiende vakantie.

‘Kan het zijn dat we af en toe onder stroom staan in de bijboot?’ vragen ze zich af.

‘Nee hoor,’ zegt Wim stellig. Tot hij erachter komt dat er een stroomdraad door het water op de vloer loopt. Het is dus niet helemaal uit de lucht gegrepen.

Ik zie dat ik een paar missed calls heb van oudste dochter. Kunnen jullie allebei even skypen?

‘Shit,’ zegt mijn lief, ‘ze zal toch niet zwanger zijn, hè?!’

Ik kan hem geruststellen.

Of we het leuk vinden als ze ook komen. Wat een vraag. Natúúrlijk vinden we dat leuk.

Ze hebben al met Ben en Mirjam overlegd. Het leukste is natuurlijk als ze ook op de boot kunnen bivakkeren. Dat is veel gezelliger. We hebben alleen geen slaapplaatsen meer.

‘Wij kunnen wel op het dek hoor,’ zegt Mirjam. ‘Ja, lekker in de dauw,’ zegt Ben. We verzinnen wel iets. Ze kunnen in elk geval in de hut.

We gaan weer terug naar de haven in afwachting van oudste dochter en haar wettige geliefde. Myriam en Quint hebben maar 1 week, dus Ben maant hen aan tot spoed. Wij hebben alles klaar, zodat we meteen van wal kunnen steken.



Behalve leuke kinderen hebben we ook leuke schoonkinderen en iedereen kan goed met elkaar overweg. Dat is wel zo prettig als je met elkaar op een bootje van elf meter zit. Omdat we elkaar niet zoveel zien, is het zo waardevol om bij elkaar te zijn.

Het is jammer dat Karin in het Russische St. Petersburg zit, anders zou heel het spul compleet zijn.

Alles werkt mee om er een paar fantastische dagen van te maken. Het is heerlijk om iedereen zien te genieten.

’s Nachts lig ik naar de lichtjes van Pylos te kijken. Doordat de wind draait, draait de boot ook en ik weet niet zo goed of het anker nog wel goed ligt. Zijn die rotsen niet dichterbij gekomen? vraag ik mezelf af. Lag dat jacht daar, of komt hij deze kant op? Ik doe geen oog dicht. Ik heb het ankeralarm niet goed afgesteld, dus dat gaat elke keer af. Ik ben de enige die daar wakker van word. De rest slaapt de slaap der gerusten.

Het gaat veel te snel en voordat we het weten, moeten we alweer afscheid nemen en vertrekken ze met zijn vieren richting Athene.

‘Toch die tweede hut maar snel afmaken,’ zegt mijn lief. Voor je het weet staat het hele spul weer op de stoep. Het is een prettige gedachte.



268 keer bekeken2 reacties
This site was designed with the
.com
website builder. Create your website today.
Start Now