• anjakeesmaat

Blog 30 Afscheid van Ithaka

Bijgewerkt op: 6 sep. 2021


De hele lockdown brengen we in Vathi door. Vathi is gelegen op het eiland Ithaka. Voor de historici onder jullie, dat eiland dat bekend is van de Odyssee van Homerus en van het gedicht Ithaka van de hand de Alexandrijns-Griekse dichter Konstantinos Kavvafis. Het gedicht laat zich het best samenvatten dat het niet om de bestemming gaat, maar om de reis.

Helemaal waar, maar er valt niet veel te reizen. De Grieken zijn streng in de leer. Mondkapje hier, mondkapje daar, mondkapje overal. Vooral Wim kan daar slecht tegen. Als de kustwacht hem dan ook nog verbiedt om de bijboot te gebruiken, slaat hij helemaal op tilt.

‘Waar slaat dat op,’ briest hij. ‘Ik heb ze eerst eens wat fatsoensnormen bijgebracht. Staan er een paar van die broekies een beetje te blèren, met hun spiegelzonnebrilletjes nog op, en als ze geen antwoord hebben op mijn logische vragen, lopen ze gewoon weg. Ik heb ze teruggeroepen en verteld dat ze hun zonnebril af moeten doen en antwoord moeten geven als iemand iets vraagt.’

Als de stoom uit zijn oren verdampt is, zeg ik voorzichtig: ‘Ik weet niet of dat zo handig is hoor. Ze trekken altijd aan het langste eind.’

Het wonderlijke is echter dat ze sinds de aanvaring poeslief zijn. Zal wel iets met haantjesgedrag en pikorde te maken hebben. Ze maken regelmatig een praatje en ze zwaaien als ze langsrijden. Dat doen ze vaak, want het dorp is niet zo groot. De noordelijke kant van het eiland is afgesloten omdat de weg ingestort is. Daar is het feest.

Ithaka in de winter is een oase van rust en stilte. We dobberen een beetje in de baai tot de wind uit de verkeerde hoek komt en we daar niet meer prettig liggen, maar iedereen denkt met ons mee. Buurman Anthony die op het jacht van familie past, regelt een plekje voor ons in het kleine vissershaventje. De vissersboot van andere oomlief staat op de kant, dus die van ons kan daar prima liggen. Het plaatselijke restaurantje heeft nog wel wat stroompjes en water voor ons. De dagen zijn kort, dus we hebben wat extra nodig omdat de zonnepanelen te weinig leveren.

Het leven is gemoedelijk in het dorp. We leren Kitty kennen, een hostess in winterstand, die wacht op betere tijden, en Judith die met een Griek is getrouwd en pas moeder is geworden van een schattig baby'tje. Bij gebrek aan de Nederlandse oma in de buurt vervul ik de functie van bonus oma. Die rol bevalt me wel. Ik heb een klik met moeder en zoon. We dopen de boot om in de pannenkoekenboot, zodat we nog wat vertier hebben. Zo rommelen, klussen en vertalen we de winter door.


‘Krijg nou wat, heb je die houten boot in het midden van de baai gezien? Waar komt die vandaan? Hij heeft geen radar. Het is een oud houten bootje. Die is zuur als de kustwacht het ziet.’

We zien een jongen bezig. Hij is op weg naar het kleine haventje.

Natuurlijk gaat Wim poolshoogte nemen. De jongen blijkt Max te zijn. Max is zonder telefoon of navigatieapparatuur via Algerije, Tunesië en Malta naar Griekenland komen zeilen. In zijn eentje. Zonder fatsoenlijke stuurautomaat. Hij heeft een windvaanbesturing, die hij zelf in elkaar heeft geprutst. Hij navigeert via een GPS. Hij was op weg naar Preveza, maar zijn zeil scheurde, dus is hij uitgeweken naar Vathi. Hij weet amper dat Covid bestaat en maakt zich niet zo druk. Vanwege zijn gescheurde zeil mogen ze hem niet weigeren. De coastguard geeft hem nog wel even een boete van 400 euro omdat hij zijn cruiserstax niet heeft betaald. De jongen is amper een dag in Griekenland. Beetje flauw wel om dan meteen met snuffelhonden aan boord te komen en een bekeuring te geven.

We voeren Max regelmatig bij. Koken doet hij met een snijbrander op de laagste stand en hij leeft voornamelijk op rijst. De spekpannenkoeken met kaas van onze pannenkoekenboot gaan er grif in. We genieten van zijn verhalen. Hij vertelt dat hij te weinig zoet water heeft om de was te doen, dus wacht hij tot het regent. Dan wast hij zijn kleren in het zoute water en laat ze natregenen om het zout eraf te spoelen.

Zo’n jongen overleeft alles. Hij is in no time aan het werk in het dorp. Hij kan alles. Wij hebben er een gezellige buurman aan. Net zoals de vissers en Judith en Kitty. We hebben zelfs een soort van sociaal leven.


Judith en ik praten over Nederland. Zij wil graag haar baby aan de familie laten zien en ik wil graag naar mijn moeders tachtigste verjaardag. Wij vinden allebei dat dat een essentiële reis is. Het plan om samen te reizen is geboren. Dat is niet helemaal zonder haken en ogen. De baby moet nog een paspoort. Dat zou geen probleem moeten zijn, maar dat is het wel. Op de aangegeven dag is er geen paspoort. Bij navraag blijkt het printapparaat kapot te zijn. Alsof er in heel Griekenland geen printer is die een paspoort kan printen. En volgens het gemeentehuis kan zijn voornaam er niet op, want hij is niet gedoopt en niet gedoopt betekent geen naam op het eiland, dus hij krijgt een paspoort met alleen zijn achternaam. Ik vraag me af of Transavia dat gaat accepteren. We beginnen het benauwd te krijgen, want de hele procedure moet opnieuw en dat betekent dat het paspoort waarschijnlijk te laat is. Vier dagen voor vertrek is er nog steeds geen paspoort.

‘Er is echt een wonder nodig,’ verzucht Judith.

‘Ik ken wel iemand die daarin is gespecialiseerd,’ zeg ik ‘We gaan ervoor bidden.’ Ik besef dat ik zeker weet dat God dat kan doen, maar niet zeker of hij het ook gaat doen.

‘Ik heb nog nooit meegemaakt dat op Ithaka een paspoort eerder komt.’

Een dag van tevoren is er nog steeds geen paspoort. ‘Zullen we maar cancelen?’ zegt Judith.

‘Nee, het kan nog.’ Ik wil het nog niet opgeven.

En dan... ‘s avonds om acht uur het verlossende appje dat het paspoort er is. Halleluja.

Gewapend met een verse PCR-test en na de ferry naar Kefalonia, een autotocht door de bergen, een vlucht naar Athene en nog even snel een rapid-test op het vliegveld, zitten we dan eindelijk op de vlucht naar Nederland. Officieel mogen we niet opgehaald worden, maar de dochters blazen: ‘Je denkt toch niet dat we je midden in de nacht op Schiphol laten staan, hè?’

Ik heb een heerlijke tijd in Nederland. Het gaat veel te snel weer voorbij. Ik vind het steeds moeilijker worden om afscheid te nemen. Onze ouders zijn oud, de kinderen, vrienden... Het voelt aan als een spagaat. Het is heel fijn om bij hen te zijn, maar het is ook heel fijn om op de boot te zijn. Bovendien is Wim en Nederland een slechte combi.


De terugreis verloopt niet helemaal volgens plan. We hadden een strak schema en expres een vroege vlucht genomen, maar de KLM besluit in zijn oneindige wijsheid de vlucht te cancelen naar later op de dag, waardoor we de aansluiting met de vlucht van Athene naar Kefalonia missen en we dus in Athene moeten overnachten. We boeken de vlucht van Athene naar Kefalonia om naar een dag later, maar dan blijkt er weer geen ferry te zijn naar Ithaca, dus moeten we ook een extra nacht op Kefalonia doorbrengen. In plaats van zondag arriveren we nu dinsdag. Met dank aan de KLM.

Onze kleine wereldreiziger doet het overigens uitstekend en maakt zich nergens druk om. Zo lang hij maar op tijd borstvoeding krijgt en een schone luier, en zijn moeder binnen bereik is, vindt hij het allemaal prima.


Ik word met luid gejuich ontvangen door mijn lief. De hele boot is schoon gepoetst. Hij heeft goed nieuws. De restricties vervallen en we kunnen binnenkort weer varen. Eindelijk...

We hebben nog wel wat problemen. Nederland kent geen officiële jachtenregistratie. Er is wel een scheepsbrief, maar dat is meer voor de grote schepen en duur. Als alternatief heb je het ICP - een papiertje van het Watersportverbond met de gegevens van de boot erop. Het is goedkoop en de aanvraag is snel geregeld. Helaas hebben mensen met minder goede bedoelingen dat ook ontdekt. Het papiertje is vooral in trek bij mensensmokkelaars en eigenaren die de belasting in hun land willen ontduiken.

Italië is er helemaal klaar mee en heeft zelfs boten aan de ketting gelegd. Na Italië volgen Spanje en Portugal. Het alternatief is een Nederlandse zeebrief, maar dan moeten we reis en verblijfskosten betalen van iemand die een merkteken op de boot zet. Dat wordt een geintje van zo’n 2500 euro. Bovendien kan vanwege Covid niemand komen. Het alternatief is een bootregistratie elders, bijvoorbeeld in Delaware. Dan moeten we met een Amerikaanse vlag varen. Dat trekt ons helemaal niet, maar je moet wat.

We besluiten Italië te skippen en direct naar Malta te varen. Dat vind ik nog wel een dingetje. Dat is wel een flinke oversteek meteen. Ik denk dat we daar wel een drie, vier dagen en nachten over gaan doen.

Eerst nog maar even genieten van Griekenland. Max organiseert een afscheids-bbq. Eerst staat hij met pallets te hannesen tussen boten die op de kant staan, wat de havenpolitie in verband met brandgevaar geen goed idee vindt, en waar wel iets in zit. Dan verplaatst hij een oude bbq die hij in de berm heeft gevonden naar zijn boot en hangt hij hem op een soort stellage aan de buitenkant. Het ziet er ingenieus uit. Er is een eng smal balkje naar zijn boot. Ik kom nooit heel aan boord. Ik heb flashbacks van de vorige keer toen we vertrokken en ik op het laatste moment mijn pols brak. Max ziet het probleem niet, maar na wat uitleg snapt hij het wel. We maken van een plank een soort bankje op de kade.

Hij heeft twee hele lepels en een halve en twee borden dus we slepen ons servies uit de kast en maken het ons gemakkelijk. Judith, manlief en leuke kindje komen ook, met haar vader die samen met een Surinaamse vriendin op bezoek is. Dat laatste vinden wij heel leuk. De wereld is klein.

Max plettert alles op de bbq en stookt flink. De avond is zwoel, we genieten van elkaars gezelschap, de geblakerde groenten en het vlees. Het leven is goed en spontane feestjes zijn leuk.


We nemen met pijn in ons hart afscheid van Vathi. Dag lieve mensen, dag lieve kleine Nik, dag mooie natuur, dag leuk eiland. En dan varen richting Kioni. De charters snellen ons voorbij. Het is vakantie. Ze hebben haast. In Kioni moeten we voor het eerst Med mooren. Dat houdt in dat je het anker uitgooit, naar achteren vaart en dan de achterkant met twee lange lijnen aan de kant vastmaakt. Het lijkt simpel, maar als er wind van opzij staat, is het best een onderneming.

‘Als jij de boot recht houdt - een beetje met de motoren speelt - dan ga ik met de bijboot naar de kant,’ zegt Wim optimistisch. Hij heeft er meer vertrouwen in dan ik. Hij verdwijnt naar de kant en ik sta met het zweet op mijn voorhoofd en een droge strot met de motoren te ‘spelen’

‘Dat spelen doe je voortaan maar zelf’ zeg ik als mijn lief terugkomt. Ik en techniek zijn geen vrienden. Die relatie is erg pril. Het zal wel goed komen. Ooit. De volgende keer zwem ik wel met die lijnen naar de kant. Dat lijkt me een fijn plan.

Na een paar dagen varen we naar de overkant van de baai omdat de windrichting verandert. We leggen hem aan de buitenkant van de kade. Een beetje ongebruikelijke plek, maar we passen precies. En dan wordt het genieten. De hele dag kijken we naar gehannes met ankers die vastzitten aan elkaar. Wij zien een klustertje boten in innige omhelzing met elkaar afdrijven. De beste stuurlui staan nog steeds aan wal of zitten in de kuip het tafereeltje gade te slaan. De enorme catamaran is innig verbonden met een wat kleinere monohull en nog een groter exemplaar. Na een hoop gedoe is de boel eindelijk ontrafeld en gaat ieder zijns weegs.

We zien vrij veel charterboten met een kapitein. Die zijn over het algemeen heel behendig, dus daar leren we veel van. Onze buurman neemt zijn taak wel erg serieus. Hij staat continue de boel te regelen, stuurt mensen terug als de ankerlijn te kort is en bemoeit zich overal mee. Hij schroomt niet om zelf aan boord te stappen en het roer over te nemen, of hij staat zo te schelden dat er boten verschrikt vertrekken. Ik zie een man huilen omdat hij een fout heeft gemaakt. Onze kapitein mag dan wel kundig zijn, van menselijkheid heeft hij weinig kaas gegeten.

De ankerkettingen zijn nu heel lang, wat op zich wel een goed plan is, maar ze raken nu verstrikt met de boten aan de overkant. We gaan er de volgende morgen uitgebreid voor zitten. Onze kapitein is met zijn Israëlische gasten al lang vol gas vertrokken. De rest doet er wat langer over omdat ze vastzitten aan de jachten aan de overkant.

Kioni is leuk. Het is een pittoresk plaatsje en we vergapen ons aan de enorme jachten. Alles is groot luxe, duur en mooi. Gelukkig komt er ‘s avonds een oud jacht binnen. We horen een hamer omdat de ankerketting niet los wil. Dat snappen we. We voelen herkenning en wenken dat ze naast ons kunnen liggen. Het anker is inmiddels los getimmerd en ze meren aan. Het blijkt een ouder stel van 75 en 77 uit Zeeuws Vlaanderen te zijn, met een berg ervaring, waar we veel van kunnen leren.

Midden in de nacht draait de wind. Ik ga naar het dek om te kijken of het allemaal wel goed gaat. Mijn buurvrouw heeft hetzelfde plan. We verhangen wat fenders, want hun bootje bonkt nu wel erg tegen die van ons, en wij op onze beurt weer tegen de kant. We liggen nu letterlijk aan lager wal.

We ginnegappen wat en we moeten maar op het dak bonken als er wat is.

Ik maak Wim wakker en dan zitten we ‘s ochtend om zes uur op de kade de boot van de kant te houden.

‘Romantisch he? Zal ik koffie zetten en warme havermout maken, met stukjes appel en rozijnen?’

We schieten allebei in de lach...


 











































584 weergaven0 opmerkingen

Recente blogposts

Alles weergeven