• anjakeesmaat

Blog 5: 100 dagen eenzaamheid



Hoe is het nou om samen in een huisje in de natuur ergens in Zuid Frankrijk te zitten? Zonder agenda, zonder sociale verplichtingen. Rust en Leegte. Het klinkt als een hoofdstuk uit een boek en zo voelt het ook.

Ik hou van de stilte, van de mist die soms ‘s morgens rondom het huisje hangt en die de eerste voorzichtige stralen van de zon filtert.

Ik hou van ‘s morgens vroeg naar de bakker lopen in het dorp en daar een vers croissantje en een pain au chocolat te kopen. Het is vaak nog warm. Sterker nog, als het niet warm is, noemen we het oud. Op de terugweg eet ik langzaam het croissantje op, me ondertussen bedenkend hoeveel calorieën er nu weer zachtjes naar beneden glijden, maar ze worden verbruikt, dus het is niet erg.


Als we weer terug zijn, wekt mijn lief heel ambachtelijk de open haard weer tot leven. In de badkamer ligt een föhn en die bewijst goede diensten. In de open haard ontstaat een soort inferno wanneer de föhn er als een warme mistral op losgelaten wordt. Ondertussen walmt de fijne as door de kamer en dwarrelt deze zachtjes neer op alle afstandsbedieningen en andere moeilijk bereikbare hoekjes. Zoals ik al zei: Het is net een huisje uit een stoffig boek.

Elke dag wordt er een flinke emmer as verstrooid over het veldje achter het huis. Het lijkt wel of we een crematorium zijn, verzuchten we terwijl de asrestjes door de wind worden meegenomen.

Wim werkt en laat zich tussendoor blijmoedig afleiden door lenzen. We zijn inmiddels beland bij idee 168. De andere ideeën heb je gemist, maar dat vind je niet erg.

Het laatste idee is een kleine lens voor het macro werk en een middelgrote lens en nog wat, maar dat weet ik niet meer.

En dan is er nog die hele grote, die hele dure. Echtgenoot zucht nog maar eens een keer. ‘Was ik maar rijk en niet zo knap.’ Die laatste wens wordt met het klimmen der jaren wel vervuld. De eerste is wat lastiger.

We praten uren over het leven, over God, over de toekomst, over de kinderen, en we maken vooral veel plannetjes. Altijd plannetjes, waarvan vele een stille dood sterven, maar een enkele toch sterk genoeg blijkt te zijn om tot uitvoer te worden gebracht. Plannetjes lagen ten grondslag aan alle leuke dingen in ons leven. Een eigen bedrijfje, de aankoop van de boot, de emigratie, de reis, het schrijven van een boek. Straks het werken in het hostel langs de Camino. Nooit gehinderd door geld en altijd in afhankelijkheid van God die ons nooit stom vond, of dromers, of onverantwoord. Hij heeft flink aan ons geschaafd, maar ons nooit afgedankt. Hij heeft misschien af en toe wel om ons geglimlacht, maar ons nooit veroordeeld. We kennen zijn genade en zijn liefde en zijn terechtwijzingen. Het blijken betrouwbare metgezellen te zijn op ons gehannes door het leven.

Ik worstel me door de Spaanse woordjes van Duolingo Met elke keer trompetgeschal na alweer een behaald lesje. Tadaaaaah! Maar iets fatsoenlijks produceren wil nog niet zo lukken. De laatjes in mijn hoofd zijn verroest en gaan niet zo makkelijk meer open.

Misschien gaat het straks in Spanje iets beter, houd ik mezelf voor. Tegen beter weten in.



Bezoek


‘Hé! Ed en Gerda komen vandaag, in plaats van morgen!’ deelt echtgenoot mee. Ik vlieg mijn bed uit en met gezwinde spoed wordt het huis visite-schoon gemaakt en zoveel mogelijk olifanten-proof. Echtgenoot en zijn broer zijn Attila de Hun in het kwadraat. Double Trouble, zeg maar.

Er wordt een kilo zalm in huis gehaald en we zijn er helemaal klaar voor.

Alles is aanwezig, behalve de gasten. Er blijken wat communicatiestoornissen te zijn tussen de gebroeders. Dat krijg je als de dames er zich niet mee bemoeien. ‘Ze komen morgen,’ deelt echtgenoot mee. ‘Echt waar?’ zeg ik wat ongelovig. ‘Echt waar.’

Hij krijgt gelijk en eind van de middag arriveert het spul en sluiten we hen in de armen.

Het Afrikaanse tafelkleed

Af en toe hebben we Skypecontact met de huiseigenaars. Het ironische is dat er ingebroken is in hun huis in Bremen. Gelukkig bewaken wij hun bezit in de Provence. Nu zelfs met twee Attila’s de Hun. ‘Oh!’ roept de eigenaresse verrukt. ‘Jullie hebben het Afrikaanse tafelkleed op tafel gelegd. Mooi he?’ Ze laat even een gewijde stilte vallen.

Ik val ook even stil wanneer ‘s avonds een glas knalrode wijn zich een weg baant door de Afrikaanse print. Het ziet er bloederig uit. Als een stille getuige van een hevig gevecht dat eerder heeft plaatsgevonden.

‘Lul,’ zegt de oudste broer diplomatiek tegen het genetische restje naast hem.

Hij heeft het nog niet gezegd of zijn eigen glas vliegt ook over tafel. Tot de rand toe gevuld met het kostbare rode vocht. Echtgenoot is niet zo’n drinker. Een tweede bloedrode golf bereikt de Afrikaanse steppe. De wijn laat een grillig spoor achter op de bejubelde stof.

Naast mij zie ik een blik van herkenning: ‘Ze zijn wel erg hetzelfde he,’ zeggen schoonzus en ik gelaten tegen elkaar.

De hulpverlening komt langzaam op gang. Net als in het echte leven moet je kou verdrijven met warmte, haat met liefde en rode wijn met witte wijn.

De witte wijn wordt uitgegoten over de rode wijn. Het is een wat zompig geheel. Het soppende tafelkleed tussen de overblijfselen van een overvloedige maaltijd. Ik had het allemaal wat anders in gedachten toen ik de tafel dekte.

Maar het blijkt te werken. De rode vlekken zijn ‘s avonds veranderd in roze vlekken. Die laatste verdwijnen dan weer door het geheel in de wasbak in de melk te verdrinken, waarna de wasmachine de rest doet. Als door een wonder komt het Afrikaanse landschap ongedeerd uit de strijd.

Nadat we eindelijk het dessert hebben genuttigd, ziet zwager opeens een wild zwijn naar binnen staren. Het beest blijft op nog geen vier meter afstand roerloos in de bosjes achter het huis staan. Hij is niet echt onder de indruk van ons en staat te blazen.

Het jachtinstinct van de heren is nu volledig ontwaakt. Ze vliegen naar buiten achter het beest aan en er volgt een wilde achtervolging door de tuin. Ze raken hem kwijt. Zo ervaren zijn ze nou ook weer niet. Tot hij opeens in vol ornaat uit de bosjes komt gevlogen. Rakelings langs zwager heen. De adrenaline spuit uit zijn oren.

Het was een leuke avond, zeggen we tevreden tegen elkaar wanneer ze afscheid nemen van ons rustige huisje in de Provence. Wel lekker relaxt, zo zonder de kinderen.


Hakkuh


Afmatten en veel buiten spelen, wordt het devies in het kader van het behoud van huis en spullen.

De houtvoorraad moet nodig worden aangevuld. In het bos ligt nog wel een omgevallen boom die er om roept om in mootjes te worden gehakt. Dat past best in het autootje. Een oude auto heeft zo zijn voordelen, waar gretig gebruik van wordt gemaakt. Ook een uit zijn krachten gegroeide boom in de tuin moet er aan geloven. Schrik niet, het is op verzoek van de eigenaar.

Onze dagen worden verder gevuld met naar het marktje lopen en ook nog een bezoek aan de brocantes, waar we gelukkig zonder kleerscheuren weer uitkomen. En dan een dag naar de Gorges du Verdon.


Verdon


‘Zullen we maar met onze auto gaan?’ stelt zwagerlief voor. We komen in een elektronische droom terecht. Met deuren die vanzelf open gaan als je in de buurt ben. Het steekt een beetje schril af tegen ons monstertje van 23 jaar oud. Daarvan gaan de deuren ook vanzelf open, maar dan omdat het slot niet meer werkt. Maar de kleur is hetzelfde. Ook wit.

De Verdon is prachtig. ‘Hé, plastic zakjes langs de weg,’ zeggen zwager en schoonzus opeens over de bergjes sneeuw die zich nog even verzetten tegen de voorjaarszon.

We lopen nog een stuk langs het woeste riviertje in de diepte. Gerda en ik lezen het bord waarop wordt gewaarschuwd voor plotseling opkomend water. ‘Waarom hak je een heel pad uit in de rotsen en langs de rivier als het zo gevaarlijk is?’ vragen wij ons af. ‘Rare Fransen.’ De heren balanceren ondertussen op de steile kliffen om voor de verandering eens een mooie dieptefoto te kunnen maken.

We komen in een klein dorpje terecht en vlijen ons op een bankje neer. De kou heeft zich in mijn botten genesteld. Onder de 25 graden krijg ik last van bevriezingsverschijnselen Maar dan is daar opeens de zon. Ik absorbeer de warmte als een spons die te lang in een koud keukenkastje heeft gelegen. Je ruikt het voorjaar, met de belofte van veel warme en zonnige dagen.

De week vliegt om en voordat we het in de gaten hebben, zijn ze alweer onderweg naar Nederland.

‘Stil, hè?’ zeggen we de andere dag tegen elkaar. Liefdevol leg ik het tafelkleed met Afrikaanse print weer op tafel. Nog maar twee weken voordat we naar Nederland gaan, waar we ons weer overgeven aan de hectiek van het leven, en we geliefden weer in de armen kunnen sluiten.




15 keer bekeken
This site was designed with the
.com
website builder. Create your website today.
Start Now