top of page
  • Foto van schrijveranjakeesmaat

Blog 38: Schepen van de woestijn


We scheppen regelmatig het Saharazand van onze boot. Oké, vegen. Zo dramatisch is het nou ook weer niet. Zo dicht bij de Sahara en we hebben die zandbak nog steeds niet gezien. Daar moet verandering in komen. We willen voor één week een auto huren. Bij de haven zit een verhuurbedrijf, maar als Wim hem vraagt hoe de auto is verzekerd, kijkt de beste man hem schaapachtig aan. ‘Verzekeren? Daar doen we niet aan in Tunesië.’

Dan toch maar naar het vliegveld bij een van de grotere internationale verhuurbedrijven.


Voor het zover is, krijgen we bezoek van een Belgisch gezin. We hebben gemeenschappelijke vrienden en dat schept een band. De pa herkent ons van een van hun filmpjes op YouTube en wij herkennen hem en zijn zoontjes van een ander filmpje. We nodigen hen uit om pannenkoeken te komen eten. Net van tevoren, krijg ik het toch een beetje benauwd.

‘Waar moeten we vier tieners laten? We hebben zelfs geen spelletjes aan boord. Die vervelen zich helemaal kapot!'

Maar ik heb me, zoals gewoonlijk, voor niks druk gemaakt. Er komen vier hele leuke kinderen met een hele leuke pa en ma. Als je iets vraagt, krijg je gewoon antwoord en ze stellen zelf ook vragen. Waar vind je dat nog? De oudste jongen zit op een Tunesische school de rest krijgt thuisonderwijs van hun moeder. Ze is lerares, dus maak je geen zorgen. We hebben al zo vaak gemerkt dat als ouders met hun kinderen gaan reizen of emigreren, dat niet zielig is voor hun nageslacht, maar dat het vaak breed geïnteresseerde kinderen worden die over het algemeen heel veel aandacht van hun ouders krijgen. We zijn enthousiast over het spul terwijl over het algemeen niet bekend staan als kindervrienden, behalve dat schatje van ons natuurlijk.

Ik krijg normaal gesproken negen van de tien keer de neiging om drie centimeter voor hun neus te gaan staan en dan heel langzaam en dreigend te zeggen: ‘Kijk me aan en nu ga je luisteren.' Waarna ik een dreigende stilte laat vallen… Maar dat is niet helemaal meer van deze tijd of begin ik nu een ouwe zeurpiet te worden?

We hebben een gezellige tijd met elkaar. Als christen heb je over heel de wereld broers en zussen. Zo voelt dat echt. We krijgen nog wat waardevolle tips voor onze trip.

Dan gaan we eindelijk op stap, samen met twee bevriende Engelse zeilers van 68 en 78, Richard en Vivienne. Jong van hart met wat krakkemikkige ledematen. Er gaan een zak pillen en twee stokken mee om de boel op gang te houden en verder een hoop water voor jeweetmaarnooit. We willen tenslotte naar de Sahara. Ik werp me op als reisleidster. Niet dat ik dat ambieer, maar ik ben de enige die alles heeft uitgezocht. Er is een soort principeplan waar van afgeweken kan worden, want we hebben niks geboekt. Stel je voor dat we iets vinden wat leuker is. Dan zit je met je boeking.

Zonder enig idee wat we kunnen verwachten, vertrekken we uit Monastir richting El Djem, waar zich een van de grootste Romeins amfitheaters ter wereld bevindt. De weg is verbazingwekkend goed. We rijden uren door een droog landschap, met olijfboomgaarden zover we kunnen kijken. Aan de andere kant van de weg zien we politieauto’s die louages aanhouden. Dat zijn minibusjes die pas vertrekken als ze vol zitten. Waarschijnlijk op zoek naar vluchtelingen. Er vertrekken regelmatig bootjes vanaf de Tunesische kust.


Ik zit op de achterbank en moet tegelijkertijd navigeren en met mijn buurvrouw praten. Nog voor we bij het amfitheater zijn, heb ik al error. Zo multitasking ben ik nou ook weer niet. Dat moet anders. Ik ruil met Richard en neem mijn vertrouwde plekje naast Wim in. Dat gaat een stuk beter. Na een uurtje blijft het even stil op de achterbank. Ik kijk bezorgd achterom. Ze zal toch niet dood zijn?

Het complex is verlaten. We dwalen rond en proberen ons een voorstelling te maken van het verleden. Het is een indrukwekkend bouwwerk.

We overnachten in Toujane, een klein dorpje in de bergen, waar een gezin rotskamers verhuurt en hun onderkomen trots een hotel noemt. De ruimtes zijn lang geleden uitgehouwen door de Berbers, die eigenlijk Amezir heetten. Het was een goedkope manier van bouwen. Geen ramen nodig, de stenen zijn er al en het is lekker koel in de zomer. We zullen vannacht geen last van de buren hebben. De buren wel van ons, want Wim ziet kans om de zware hendel van de deur opzij te schuiven en komt tot de ontdekking dat hij de deur niet meer open krijgt. De enige mogelijkheid is om hem uit de sponningen te rukken. Wij zijn opgesloten.

‘Dat lossen we morgen wel op,’ zegt hij.

‘Ik ga niet slapen in een donker hol waar ik niet uit kan,’ zeg ik.

Ik weet mijn lief er met goede argumenten van te overtuigen dat hij het nu op moet lossen. Eerst roept hij, daarna fluit hij, tot die arme Richard zijn bed uitkomt en zich afvraagt wat we aan het sjouwen zijn. Hij draait de zware sleutel aan de buitenkant om en wij zijn weer bevrijd. Eeuwige dank is zijn deel.


De gastheer is een gedreven man die goed Engels spreekt. Hij vertelt dat hij in de regionale raad heeft gezeten en is erg gemotiveerd om het dorp op de kaart te zetten en zo wat werkgelegenheid te creëren om de leegloop van het dorp tegen te houden. Van dat soort gasten moeten er meer zijn. Hij volgt het Nederlandse voetbal en praat Wim bij over Robben. Ik praat Wim weer bij over wie Robben is.

’s Avonds eten we in een gemeenschappelijke rotskamer. De vrouw des huizes kookt in een tajine en gaat ervan uit dat we allemaal mee-eten. Dat is maar goed ook, want er is in het dorpje verder niet veel eetbaars te vinden. Behalve ons is er een iets ouder Italiaans stel en een jonger stel dat in Schotland woont een werkzaam is op de universiteit daar. De ‘hij’ van het stel geeft les in robotica. Hij heeft meteen Wims zijn warme belangstelling.

Aan de andere kant van de ruimte zitten oudere Tunesiërs. Familieleden, of dorpelingen, of allebei. Geen idee. Ze hebben getaande gezichten die een hard leven verraden en dragen tulbanden. Het zijn twee gescheiden werelden in één ruimte. Zij dromen misschien van onze welvaart. Wij van de rust en het simpele leven. Vandaag delen we met elkaar en het is goed.

We krijgen een pittige soep en couscous met kip, wortels, aardappels en een groene puntpaprika met veel harissa, een salade en een soort hartige taart. Eenvoudig, maar goed. We zullen het van de week nog wel vaker krijgen. Het is zo’n beetje het standaardmenu in dit gedeelte van Tunesië. Daar kunnen we wel mee leven.

De rest van de week dwalen we rond in het zuiden van Tunesië. Ik heb een onverharde weg uitgezocht die naar een Oase leidt - Ksar Ghilene genaamd. Daar wil ik graag heen omdat ik stiekem hoop dat we daar kamelen kunnen huren. Dat lijkt me wel een ervaring. Van een schip op zee naar het schip van de woestijn. Dat gewiebel ben ik gewend, dus het moet wel goedkomen met mij en die kameel. Aangezien niemand een idee heeft waar we heengaan, zet ik de oase op het lijstje. Die onverharde weg vindt Wim een goed plan. Die houdt van dat soort weggetjes. Er blijkt echter een splinternieuwe, verharde weg te zijn aangelegd, dus blijven we die volgen en negeren het bord "Ksar Ghilene". De verharde weg houdt halverwege de uitgestorven zandvlakte op en in plaats van om te keren, lijkt het Wim een goed idee om het zandpad te volgen waar de nieuwe weg in overgaat. Zo eentje die niet op de kaart staat. Natuurlijk verdwalen we. Opeens horen we vanaf de achterbank in een onversneden Brits accent: ‘Ik weet niet wat jullie aan het doen zijn, maar we rijden in een rondje.' Gelukkig heeft Richard allerlei gadgets bij zich, waaronder een GPS, zodat hij ziet waar we zitten. Hij leidt ons weer op de goede weg.

Dat extra water was nog helemaal nog niet zo’n slecht idee. Je kunt zomaar de weg kwijt zijn.

Na een lange dag in een desolaat landschap, zien we in de verte een groene oase. Het contrast is groot. In de oase is een warme bron die alle palmbomen van water voorziet. Wat een verschil maakt de aanwezigheid van water.

We zijn niet de enigen. Er is een rally aan de gang met motoren, 4x4’s, buggy’s en eenmotorige vliegtuigjes. Allemaal speelgoed van rijke mannen die daar met kinderlijk genoegen mee bezig zijn. We ontmoeten een stel Nederlanders dat de eer van de Lage Landen hoog moet houden.

Er zijn tenten te huur. Gelukkig zijn er nog twee vrij. ’s Avonds krijgen we weer de gebruikelijke soep en couscous met brood dat in hete kooltjes is gebakken. Helaas verschijnt er ook een plaatselijk bandje dat ons gehoor teistert. We snappen het wel. Hoe moeten ze anders hun geld verdienen?

Aan de rand van de oase strekt de enorme Sahara zich uit. Een hele grote zandbak met fijn zand. Tegen zonsondergang lopen we met onze blote voeten door de duinen om naar de ondergaande zon te kijken. Het is magisch. Beter en mooier dan ik had verwacht. We regelen twee kamelen voor de volgende morgen. Het zijn arrogante, eigenwijze beesten die al mopperend overeind komen. Ze hebben wel iets.

Daar zitten we dan in de Sahara, met twee kamelen, beter wordt het niet. We voelen ons gelukkig.

Ook aan deze idylle komt een eind. We kloppen het zand van onze kleren en gaan weer verder. Richard en Vivienne vieren allebei hun verjaardag. Richard wil graag naar de site waar de Star Wars films zijn opgenomen en Vivienne is gek op dadels, dus we bezoeken ook nog een dadelmuseum.

Bij de laatste Romeinse tempel die we bezoeken, komt er een man naar ons toe met een pistool. Hij beweert dat hij een bewaker is die toeristen moet beschermen. We zitten vlak bij de Algerijnse grens, maar dat lijkt ons geen goede reden. We zijn de enigen die het complex bezoeken, in de verre omgeving valt er niemand te bespeuren. Het enige gevaar is de desbetreffende man. We proberen hem duidelijk te maken dat we totaal geen behoefte hebben aan zijn ‘bescherming’. Bovendien is Wim twee keer zo groot. Maar eerlijk is eerlijk, het is een origineel verdienmodel. De week is veel te snel voorbij.

We hebben de smaak van reizen weer helemaal te pakken. Het plan is om binnenkort naar het noorden van Tunesië te varen, naar Sidi Bou Said en Tabarka, en vandaar over te steken naar de Balearen. We hebben er zin in. Met hernieuwde energie storten we ons op de voorbereidingen. Het wordt nu wachten op de goede wind in de goede richting…


 






248 weergaven0 opmerkingen

Recente blogposts

Alles weergeven

Comments


bottom of page