top of page
  • Foto van schrijveranjakeesmaat

Blog 37 De Lage Landen

Bijgewerkt op: 1 mrt.


Vanaf Tunesië zijn er geen directe vluchten naar Nederland, dus ik boek via Dohop een vlucht van Tunis naar Nice en van Nice naar Amsterdam. Nee, ik had ook nog nooit van Dohop gehoord. We zijn niet van die vooruitkijkers, dus we vinden het al heel wat dat we vier weken van tevoren een ticket hebben geregeld.

Drie weken voor vertrek krijg ik bericht dat, jullie raden het al, de vlucht naar Amsterdam is gecanceld. Vervolgens kost het bijna een dag om de kleine lettertjes te lezen en contact te krijgen met onze geliefde vervuilers. Die zitten daar niet op ons belletje te wachten en nemen de telefoon niet op.

We zijn niet voor één gat te vangen en proberen gewoon de Engelse vestiging. Wim krijgt iemand met een zwaar accent uit een ander deel van de wereld aan de lijn, die duidelijk moeite heeft met het tempo van de westerse wereld en al helemaal niet snapt wat Wim nou precies bedoelt.

‘Wat een randdebiel,’ zegt mijn lief zuchtend. Vervolgens proberen we zonder succes de Deense vestiging en tenslotte komen we terecht bij de Zweden. Lang leve de Zweden. Ze snappen de vraag – dat is best knap als Wim iets uitlegt – en we krijgen zelfs antwoord. We kunnen een nieuwe vlucht boeken. Het verschil zullen zij bijbetalen en de maatschappij voorziet ook nog in een tegemoetkoming van de kosten van een hotel en een maaltijd met een maximum van 230 euro. Nou, dat gaat ons wel lukken. We doen het meestal voor minder.

Ondertussen zit ik met Theo van Dohop te mailen. Dan hebben we het aanbod in elk geval zwart op wit. Ik neem me voor om het op een gristelukke manier aan te pakken en me niet uit te leven in onwelvoeglijke taal. Dat lukt wonderbaarlijk en mijn sociale skills worden meteen gezegend. Ik krijg van Theo van Dohop een mailtje terug dat ze het verschil met de nieuwe tickets terug zullen betalen. Ook vergoeden ze het hotel en een maaltijd. En dat allemaal vanwege een gecanceld ticket van 31 euro. Wij vragen bezorgd aan Theo of dat nou wel zo’n goed verdienmodel is en bedanken hem hartelijk voor deze onverwachtse minivakantie.


Net voor vertrek word ik ziek. Dat komt niet goed uit en het beste is maar om het te negeren. Om half zes ’s ochtends slepen we ons naar het treinstation. Gelukkig is er een vroege taxichauffeur die ons netjes voor de deur aflevert. Voor 2 TD (0,60 eurocent) gaan we niet moeilijk doen.

Het geplande uitstapje naar Tunis wordt hangen in een restaurant en zo snel mogelijk naar het vliegveld. We moeten nog een boete betalen omdat ons visum is verlopen, maar daar wordt verder niet moeilijk over gedaan.

Eenmaal in Nice knap ik op en we genieten van een nachtje hotel. Dan valt het me op dat de rugzak van Wim wel erg dun is.

‘Waar zijn je kleren?’ vraag ik achterdochtig.

‘Mijn andere spijkerbroek zit in de was.’

‘Je gaat toch niet met één spijkerbroek naar Nederland?! Daar hebben ze ook wasmachines, hoor,’ bits ik.

Quint en Myriam halen ons met de kleine Marcus op. Wat heb ik dat kleintje gemist en wat is het vertrouwd. We halen onze schade in met heel veel knuffels en spelen. Geen leuker kleinkind dan dat van ons.

Dan hebben we nog het spijkerbroekenprobleem van Wim, of meer het gebrek eraan.

Aangezien Myriam en Quint in Lelystad wonen, ligt het voor de hand dat we ons richting Bataviastad begeven.

Het is toevallig black Friday. De volle parkeerplaats doet het ergste vermoeden. We voegen in bij de eindeloze stoet mensen die zich met lege tassen richting de volle winkels begeven.

Wat een horror. Wij schuifelen willoos mee. Bij de eerste en beste kledingzaak voegt Wim uit en klampt een verkoper aan. Drie spijkerbroeken voor de prijs van twee. We vinden alles best. Snel de winkel uit en terug naar de auto. Zelfs het verleidelijke kraampje met churros kan ons niet tegenhouden.

‘Dit was wel erg heftig om mee te beginnen,’ verzucht mijn lief.

Naar goed gebruik verhuist er weer een kind tijdens ons verblijf in Nederland. Deze keer zijn Ben en Mirjam aan de beurt. Die worden letterlijk uitgerookt door de nieuwe onderbuurman. De wietlucht is niet te harden. Gelukkig kunnen ze weer in Bens oude studentenkamer terecht. Niet ideaal, van een heel huis naar een studentenkamer met gezamenlijke douche en keuken, maar ze maken zich niet zo druk. Het is fijn dat we kunnen helpen en we zijn een goed team met elkaar. We zijn benieuwd hoe hun leven verder gaat lopen. Is dit een opstapje naar iets anders?

Myriam en Quint weten ook niet of ze wel in Nederland willen blijven.

Toen Marcus werd geboren, waren we er vast van overtuigd dat het goed was om naar Nederland te gaan, maar omdat onze kinderen niet weten of ze wel in Nederland willen blijven, is onze animo ook niet erg groot. Dan liggen wij straks in een regenachtige haven in Lelystad en dan zitten onze kinderen in Spanje ofzo. Wij wachten de ontwikkelingen maar even af.

Karin woont in een prachtige studio in Leiden. Net als zoveel starters is ze gebonden aan een hoge huur voor weinig ruimte. Gelukkig heeft ze een goede baan bij het Nationaal Archief in den Haag. Het is fijn om heel het spul weer te zien. Juist die simpele dingen kun je zo missen. Even de stad in om koffie te drinken. Even een bezoekje. Wandelen met Marcus. Zijn eerste verjaardag. Zijn gezicht als hij van Ben een voor hem gecomponeerd slaapliedje krijgt. Weer eens uitgebreid eten met zijn allen. Het is zo waardevol.

We bezoeken oude vrienden, nieuwe vrienden, kennissen en alles wat daar tussen zit. Wat een gastvrijheid en wat een fijne gesprekken overal. Ik verbaas me elke keer weer dat je de draad zo makkelijk weer oppakt en hoe fijn het is om elkaar weer te spreken en te zien.

We logeren bij Ma Keesmaat, die ons tot in de afgrond verwent. De weegschaal is het bewijs dat we niets tekortkomen. Als we proberen om onze bijdrage te leveren in het huishouden, kijkt ze ons met een vernietigende blik aan. Het enige wat we voor elkaar krijgen is dat we af en toe mogen koken. Er ontstaat een hevige sjoelcompetitie tussen moeder en zoon. Ik blijf op gepaste afstand. Mijn talenten liggen duidelijk ergens anders. Ze heeft het druk. Dinsdag naar de Jeu de Boule, woensdag vrouwenstudiekring, donderdag de verkoop onder de kerk en dan ook nog twee logees. Waar haalt ze de energie vandaan? Ze is duidelijk van de generatie van niet zeuren, maar doorgaan.

Gelukkig wonen mijn vader en moeder ook in de buurt en kan ik op de fiets naar Streefkerk. Ik besef hoe bijzonder het is dat ik ze allebei nog heb.

‘Het nadeel van ouder worden is dat iedereen om je heen wegvalt en dat je vaker naar een begrafenis gaat dan naar een feest,’ verzuchten mijn ouders. Ze hebben gelijk.

Ze zijn nog van een generatie die alles deelt. Zo hebben ze samen één telefoon. We overtuigen hen ervan dat ze er beter nog één bij kunnen kopen. Ze zijn elkaar met fietsen al een keer kwijtgeraakt en dan is het niet handig als je maar één telefoon hebt. Het is nog een heel project. Welke is goed? Wat zegt de consumentengids? Welke provider? De KPN, omdat ze daar hun hele leven al bijzitten? Waar gaan we hem kopen? De KPN?

Net voordat we naar Nederland gingen, kreeg ik een mailtje van een zekere Mariette van Family7. Ik had er vaag wel eens van gehoord. Het is een kleine christelijke zender. Ze vraagt of ik in het oudejaarsprogramma wil. Dat wil ik niet, maar ik heb geen reden om ‘nee’ te zeggen. Ik kan wel met mijn grote mond tegen God zeggen dat ik me graag laat verrassen, maar dan moet ik er niet raar van opkijken als dat ook gebeurd. Bovendien zijn we rond die tijd in Nederland. Ik heb geen excuus.

‘Hoe kom je aan mijn mail?’ vraag ik wat argwanend. Het blijkt via de uitgever gegaan te zijn. Ze heeft ‘Vogels moeten vliegen’ gelezen. Dat zouden meer mensen moeten doen, want het verkoopt voor geen meter.

Ik krijg keurig een mailtje met alle gegevens. De kledingcode is casual chique. Geen idee wat ze daarmee bedoelen en van het internet word ik ook niet veel wijzer. Mag een spijkerbroek nu wel of niet? Dochterlief, die wat minder wereldvreemd is, geeft raad.

‘Mam, kom alsjeblieft eerst lang ons. Dan doe ik je haar en kun je wat kleren lenen.’

Het lijkt me een fijn plan. Er is een probleem. De geleende broek is te lang, dus moet ik ook haar kekke laarsjes met hoge hakken aan. Ik strompel naar beneden. Mijn lief is heel enthousiast, dus het zal wel goed zijn.

Voor mijn gevoel totaal overdressed en veel te vroeg betreden we de bakkerij waar de opnames zijn. Het is een bont gezelschap en toch ervaren wij een enorme eenheid. We praten met dominee Visser, met Xander de zanger, een Oekraïense, Otto de Bruijne, Wim Bevelander en noem maar op. Wat een geweldige verhalen allemaal. Wat doe ik hier? Mijn tafelgenoot, een groot voorstander van ijsbaden en een gezonde levensstijl, heeft wegens ziekte afgebeld… Hij wordt vervangen door Els van Dijk, voormalig directeur van de Evangelische Hogeschool. Wat een doortastende dame. Die loop je niet omver. Wat een passie. Het is een schril contrast met het gerommel in de marge dat wij doen.

Iedereen is lichtelijk gespannen, maar het is niet erg en als er dingen over moeten, doet niemand daar moeilijk over. Het is een oase van gezelligheid, warmte en liefde. En Otto schildert maar door. Hij weet 2022 treffend in beeld te brengen. Wim Bevelander zingt de onderdelen aan elkaar en presentatrice Stephanie probeert de gesprekken in goede banen te leiden tussen het getetter van Mariette in haar oortje door. Gelukkig valt het oortje er regelmatig uit – dan heeft ze ook even rust. We hadden nog uren kunnen praten, rondkijken en genieten, maar de klok is onverbiddelijk. Met een tasje, bedankje en wat oliebollen voor onderweg verdwijnt iedereen weer in de donkere nacht. Allemaal terug naar hun eigen plekje om daar een lichtje te zijn.

We hebben genoten. Het roept iets op, al weten we dat niet goed te benoemen. We zijn het niet meer gewend om met een stel gedreven christenen bij elkaar te zijn, maar wat was dat fijn. Kleine kracht, maar groot in het Koninkrijk van God.

En ondanks al deze warmte, wil het maar niet klikken tussen ons en Nederland. We voelen ons opgesloten in een systeem. Het overweldigende aanbod in de winkels van dingen die je meestal niet nodig hebt, maar die misschien toch wel handig zijn, benauwt ons. Voor we het weten, hebben we weer veel te veel spullen verzameld. Waar moeten we het laten? De eindeloze grijze luchten doen er ook geen goed aan. We passen hier niet. Hoezeer we ook ons best doen. We stellen de terugreis nog een keer uit vanwege een doopdienst waar we graag bij willen zijn, maar dan komt het moment dat we elkaar ’s morgens aankijken. ‘Zullen we een ticket boeken?’

Deze keer gaan we met de Thalys naar Parijs en vanaf Orly vliegen we dan rechtstreeks naar Monastir. Het is nog wel even een dingetje om met veel te veel bagage van Gare du Nord naar Orly te reizen. De Parijse metro is niet berekend op toeristen.

Het vliegtuig zit vol met kindertjes die vliegen geen bal aan vinden. Sinds het kleinkind kijken we echter met enige vertedering naar het kleine spul en de geagiteerde ouders.

In Monastir komt de regen horizontaal langs de ramen. Het is noodweer. Onze bagage is zeiknat, de taxichauffeurs vervelend en we kunnen onze dinars niet vinden.

Na een paar stormachtige dagen met flinke golven komt eindelijk de zon. Het water kabbelt vriendelijk tegen de boeg, we kunnen weer buiten eten en genieten van de stilte. We gaan naar ons favoriete terras waar we enthousiast worden begroet door de ober. Hij weet nog precies hoe we onze koffie drinken. We zijn weer thuis.

 

306 weergaven3 opmerkingen

Recente blogposts

Alles weergeven
bottom of page