• anjakeesmaat

Blog 3: Oorlog in de baai

Bijgewerkt: 25 nov 2018

Vanuit de kuip van ons nieuwe drijvende buitenformaat camper bezie ik de wereld. Een wrak dat op de kant staat trekt mijn aandacht. Ik kan ongegeneerd staren, want niemand ziet mij. Er zijn een aantal mannen bezig om de restanten van het wrak, dat ongetwijfeld een werkzaam leven achter de rug heeft, om te bouwen tot een heus oorlogsschip. Een soort knutselen voor volwassenen. Het materiaal is bijna hetzelfde als op de kleuterschool. De boterhamzakjes zijn vervangen door zeil, de wc-rolletjes door stukken pvc-pijp en de lege Brinta-pakken door spaanplaat.

Het is een serieuze aangelegenheid en het resultaat mag er zijn. Een heus oorlogsschip met kanonnen en twee masten met zeilen. De derde mast blijft verloren achter op de kade. Dat ging niet meer lukken. Het blijft nog even spannend of het bouwwerk blijft drijven. Met behulp van een stuk plastic en een hoop duct tape lijkt dat te gaan lukken. De heren hebben er in elk geval alle vertrouwen in.

Er komt een roeibootje langs varen met een stuk of vijf mannen erin. De ene helft probeert te roeien. De andere helft geeft de aanwijzingen. Dat is nooit een goed plan. Nu zijn ze allemaal boos. Zware psychologische processen op nog geen twintig meter afstand. Ik geniet.

Al die activiteiten hebben een reden. Sinds twee jaar wordt de zeeslag in de baai van Navarino uit 1827 herdacht. Soms heeft een land meer reden om trots te zijn op het verleden dan op het heden. Wij vinden die dorpsfeestjes altijd wel leuk. Het heeft iets gemoedelijks. Deze hebben we een beetje onderschat. Het blijkt een grootser gebeuren te zijn dan we dachten. Er liggen inmiddels een marinevaartuig en een paar klassieke zeilschepen in de haven. Zelfs de aartsbisschop wordt verwacht.

Het hele dorpsplein stroomt vol. Er is een vak met stoelen gereserveerd voor de marine. Ze geven het geheel kleur in hun smetteloos witte uniformen. Een Engelse toerist, getooid met zonnebril, camera, opzichtig shirtje, korte broek en de onvermijdelijke sokken in sandalen ziet haar kans schoon om even te gaan zitten en wurmt zich tussen het smetteloze wit door tot ze een lege stoel vindt. Dat wordt haar niet in dank afgenomen en vriendelijk doch zeer beslist wordt ze van haar felbegeerde zitplaats gestuurd. Beledigd verlaat ze het toneel. Haar echtgenoot in haar kielzog met zich meeslepend. Ze mist de optredens van alle dansgroepen.

’s Avonds wordt in de baai de battle nagespeeld. We zien een spectaculaire laser- en vuurwerkshow, met als grand finale het in brand steken van ‘ons’ oorlogsschip. Het PVC en plastic brandt als een fakkel en er trekken dikke zwarte rookwolken over het massaal toegestroomde publiek.

De volgende morgen zien we nog wat zwartgeblakerde resten in de baai drijven. Resten van een roemrijk verleden. We zijn op weg naar de bushalte om naar Athene te gaan, vanwaar we naar Nederland vliegen voor het vijfenvijftigjarige huwelijksfeest van mijn schoonouders. Met moeite hebben we ons losgerukt van ons bootje.

In de bus raakt Wim aan de praat met een Griek die in Australië woont en een bedrijft heeft op de Filippijnen. Tijdens de vijf uur durende busrit probeert hij hem ervan te overtuigen dat de aarde toch echt plat is. Wim is altijd wel in voor epische gedachten, maar hij ziet toch wel wat praktische bezwaren. Onze Griek wuift ze achteloos weg. Alle foto’s van een ronde aarde zijn bewerkt met fotoshop. Deze ontmoeting is niet voor niks. De lobby voor de platte aarde kan nog wel wat leden gebruiken. Helaas blijft zijn poging tevergeefs. Ik ben wat meer geïnteresseerd in de omgeving. We passeren Korinthe. Nooit geweten dat dat op een berg ligt.

Het busstation van Athene ligt een beetje in een achterbuurt. We zeulen met onze bagage langs wat vage fabriekjes en autohandelaren. ‘Zo erg als Nieuw-Lekkerland is het nog niet,’ zeggen we optimistisch tegen elkaar. We vinden een leuk hotelletje met uitzicht op de Acropolis. Morgen richting de Lage Landen. We zien ernaar uit en we zien er tegen op.

We krijgen het nog druk in Nederland. We hebben nu wel een boot, maar nog steeds geen adres. Dat vinden wij niet erg, maar de belastingdienst wel. Om belasting te betalen heb je een adres nodig. Om een adres te krijgen, moeten we ons zien in te schrijven in Nederland, maar als we ons inschrijven, moeten we minimaal vier maanden per jaar in Nederland zijn, en dat zijn we niet. Er lijkt nog een andere mogelijkheid te zijn: een briefadres. Een goede reden om de belastingdienst een brief te schrijven. Hoe gaan WE dit oplossen. Tot op heden nog niets gehoord.

Verder moeten we nog een bootpaspoort, een bootverzekering en ons vaarbewijs omzetten in een internationaal vaarbewijs. Ook staat er in het criminele Nieuw-Lekkerland nog een gesloopt autootje dat afgevoerd moet worden en in Spanje uit de wegenbelasting en verzekering moet worden gehaald. Het leven is soms best ingewikkeld, maar daarover de volgende keer meer…



208 keer bekeken
This site was designed with the
.com
website builder. Create your website today.
Start Now