• anjakeesmaat

Blog 20 Dat moeten we vieren


We hebben wat te vieren. Mijn boek is uitgekomen. Het is heel frustrerend dat ik het nog steeds niet in handen kan houden. Schoondochter Mirjam maakt een paar mooie foto’s en stuurt ze op. Het ziet er fantastisch uit. Ze brengt samen met Ben de bestellingen weg die via mij lopen. Heb ik al gezegd dat ik leuke kinderen heb?

Ik ben blij. De samenwerking met Gideon is prettig. Ik krijg alle ruimte om te schrijven wat ik wil. Er wordt een redactrice op gezet en alles wordt goed nagekeken. Ik heb inspraak in de titel en de voorkant. Ik heb wel wat ideeën voor het voorkantje, maar het is maar goed dat er mensen zijn die er wel verstand van hebben, want dit ziet er veel beter uit.

En dan is er ook nog zoiets als promotie. Ik vind het een verschrikking. Ik wil niet iemand worden waarvan men zegt: ‘Heb je haar weer met d’r boek.’ Ik deel het op facebook en via de mail. Gelukkig is Gideon ook actief. https://www.gideonboeken.nl/was-het-maar-januari

En dan moet je het loslaten…

Ik krijg een mailtje van Groot Nieuws radio voor een interview. ‘Getver,’ zeg ik tegen mijn lief. ‘Wat moet ik zeggen? En het is nog life ook.’ Gelukkig krijg ik een aantal vragen opgestuurd. Waar ik niks mee kan.

‘Jij gaat weg, hoor,’ zeg ik tegen Wim. ‘Kun jij niet naar de kroeg?’ Gelukkig heb ik een zeer empathische echtgenoot en hij verdwijnt in de vroege ochtend richting kade. Presentatrice Annemarie is een vrolijk mens met humor en als ik heel andere antwoorden geef dan ze verwacht, schiet ze in de lach. Het is een leuk gesprek. Zoals gewoonlijk weer drama over niks.

Wim heeft ook iets te vieren. Zijn YouTube kanaal heeft inmiddels over de 14.000 abonnees en dat is leuk. Al die filmpjes maken is een hoop werk en dan is het toch fijn dat mensen er naar kijken en het levert ook nog wat advertentie inkomsten op. Daar gaan we dan weer van koffiedrinken bij Krinos, het plaatselijke koffietentje.


We hebben vaak wat vieren en als er niks is, verzinnen we wel iets. Zoals het tafeltje in de kuip dat we nu voor de vierde keer in de epoxy zetten en waar nu eindelijk de bobbels niet meer zichtbaar zijn. Of dat andere onzalige project, de tafel in de kajuit.

Het moest natuurlijk goedkoop en origineel. We kochten een plaat multiplex en ik had verzonnen om daar met erwten, bonen, mais, peperkorrels, pitten, sesamzaadjes, rijst en nog meer van dat soort spul iets van te maken en dan epoxy eroverheen en klaar. Dat was sneller gezegd dan gedaan. Na uren pielen met een pincet om alles op zijn plek te houden en vast te plakken met lijm die altijd beter aan je hand plakt dan aan het te lijmen voorwerp, is het dan eindelijk zover. De epoxy kan erop. Ik meng het hele goedje door elkaar. We hebben 15 kg nodig. Daar hebben we ons flink op verkeken. Die tafel is dieplood en goedkoop is hij al lang niet meer. Bovendien zit er een soort waas op door het vocht. We schuren de waas er weer af. En doen er nog twee lagen twee componenten polyurethaanvernis met een UV-filter op. Eindelijk is het project klaar. Zoals gewoonlijk duurt het weer drie keer zo lang als gedacht.

‘Best wel mooi, hè?’ zeggen we tegen elkaar. ‘Dat moeten we vieren.’

We worden uitgenodigd door de buurman. We letten op zijn boot en hij heeft al een paar keer gevraagd of we langskomen in zijn huis op de berg. Helemaal ingericht volgens de aardstralen of zoiets. Hij woont veertig kilometer verderop, dus we huren een auto en nemen alle tijd om via de kust naar zijn huis te rijden.

Hij heeft de coördinaten doorgestuurd en het is een rond huis, dus dat moet lukken. We vinden een berg en een rond huis op de betreffende plek, maar het is niet van onze buurman. Van wie wel komen we ook niet achter, want het hek zit op slot. We rijden verder en verzanden op een bergweggetje dat niet echt geschikt is voor onze huurauto. ‘Ik mis mijn 4x4,’ verzucht Wim.

‘Hoe krijg je het weer voor elkaar?’ verzucht ik nog harder. ‘We eindigen altijd op onverharde enge weggetjes. Dat is ook een gave, hoor.’

Wel of geen gave, het huis van de buurman hebben we nog steeds niet gevonden. Wel het huis van een Duitser die zijn heimat vaarwel heeft gezegd. Hij hoort ons welwillend aan als we het huis omschrijven. Er zijn werklui bezig. Een van de mannen komt naar ons toe.

‘Oh, die ken ik wel, daar heb ik een keer een oude caravan van gekocht, maar dat is niet hier, hoor. Dat is een stuk terug. Ik ga zo weg, dan kun je achter me aanrijden.’ En zo komen we met een flinke vertraging bij de buurman en zijn vrouw aan.

Gelukkig was het niet onze fout. Hij had de verkeerde coördinaten doorgestuurd. Het ronde huis is schitterend gelegen en heeft uitzicht op de Middellandse Zee. We kunnen er van de winter op passen als we willen, maar dat willen we niet. Anders staan we alleen maar voor dat raam te kwijlen en naar buiten te staren, en komt die boot nooit af En we willen toch onderhand echt eens gaan varen.

Onze andere buren nodigen ons ook uit. Ze hebben hier een trimaran liggen en wonen in een dorp verderop. De buurman komt ons halen en rijdt met ons in de omgeving rond en vertelt alles wat hij weet over olijven en dat is heel veel. We komen bij een schattig huisje in de natuur aan, omringd door eeuwenoude olijfbomen. We volgen de grillige patronen van de stammen. Geen boom is hetzelfde.

Hij leidt ons rond in de tuin en wijst ons op de verschillende soorten. ‘De olijven zijn fantastisch dit jaar. Dat moment dat die eerste olie wordt geperst is magisch. Ik pluk ze zelf en snoei ze zelf.’

We zijn onder de indruk. De buurman is bijna tachtig.

Een week later komt hij een fles olie brengen. Wij sprenkelen het kostbare goedje op versgebakken brood met een beetje zout. Het leven is goed.

We hebben ook nog een Griekse buurman met een olijfboomgaard. Hij komt een dag later met een fles versgeperste olijfolie. Hij glundert. ‘De olijven zijn zo goed dit jaar. Je moet wat olijfolie op een lepel doen en dan gorgelen, zodat er lucht bijkomt, en dan langzaam doorslikken. Het prikt in je keel. Zo goed en zo lekker.’

We nemen de kostbare fles blijmoedig in ontvangst. Voorlopig hebben we superieure olijfolie genoeg. De 25 flesjes van Fotis die we ook nog hebben staan, gebruiken we maar om te bakken.

Als we de volgende dag naar Fotis gaan, begint hij enthousiast te vertellen over de olijven van dit jaar…

‘We hebben eens nagedacht,’ meldt de kustwacht,’ als jullie je stroomkabel nu eens bij ons door het raam doen, dan hebben jullie van de winter gewoon stroom.’

Een ander zegt: ‘Kostas is lazy en crazy, daar hoeven jullie geen rekening mee te houden.’

Met dat laatste zijn we het wel eens. We waarderen het vriendelijke gebaar, maar hopen deze winter toch zelfvoorzienend te zijn. Te beginnen met de kachel. Is die nou nog niet geïnstalleerd? Nee, die is nog niet helemaal af. Sterker nog, we moeten nog een heleboel verzinnen voordat het werkt.

We hebben daar wat verschillende ideeën over. Wim vindt dat de buizen het beste door al mijn keukenkastjes kunnen. Dat is het makkelijkst, meldt hij. Ik vind dat niet zo’n fijn plan. Opslagruimte is schaars.

Na een hoop debatten en voors en tegens zijn we eruit. De buizen gaan door de keukenkastjes. Er moet nog een soort verdeelkastje worden gemaakt. Babis weet wel iemand die dat kan. Wim maakt een tekening van een rond model. We krijgen een rechthoekig model terug, want dat was makkelijker. Met veel moeite proppen we die in het betreffende kastje.


Wim drukt op een knopje, zo modern is het systeem, en we horen een geluid alsof er een vliegtuig opstijgt. Ik hou de brandblusser angstvallig in de buurt. Daarna valt het weer stil.

‘Wat nu weer?’ Na wat inspectie blijkt het probleem niet al te groot te zijn. Wim vist zijn bouwtekening in stukjes en beetjes uit de verdeelbak. ‘Dit zou wel eens het probleem kunnen zijn.’ Hij verwijdert de stukjes papier en drukt weer op het knopje. ‘Verrekt, het werkt!’ roept hij blij. Weet je hoe fijn het is om een kachel te hebben? Dat is een hele grote blij.

Dat moeten we vieren.



221 keer bekeken1 reactie
This site was designed with the
.com
website builder. Create your website today.
Start Now