• anjakeesmaat

Blog 15 Afgesloten

Bijgewerkt: 26 aug 2019


Eigenlijk is onze boot meer geschikt voor Pygmeeën en Lilliputters. Mijn lief zijn hoofd is inmiddels een maanlandschap met kraters en littekens, omdat hij continu wel ergens tegenaan loopt of ergens achter blijft hangen, en als dat niet gebeurt, automutileert hij zich wel met een scheermesje. Zo’n mesje scheert toch wel veel gladder dan een scheerapparaat.

Het is wel duidelijk dat de liefde voor ons bootje ons blind, doof en stompzinnig maakt.

Langzaam maar zeker begint het ergens op te lijken. De fineer in de keuken zit er keurig netjes op. Dit in tegenstelling tot de tafel buiten. Het geheim is een paar potten Bisonkit uit Nederland. Er is geen bobbeltje te zien. De isolatie die met bloed, zweet en tranen aangebracht is, bewijst zijn diensten tijdens de hittegolf die als een deken over de Middellandse Zee ligt. Het verschil met de niet geïsoleerde delen bedraagt zo’n 20 graden. Met wat ventilators erbij is het prima uit te houden. Tevreden leunen wij achterover. Zonnetje, haventje, zeilbootje, kuipje, lekker eten, leuk dorpje. Wat moet je nog meer?

Ons prille geluk wordt wreed verstoord door een mannetje dat driftig over de kade op ramkoers richting ons aan komt stieren. Zijn imposante blote buik golft mee op zijn woeste bewegingen. Het vettige staartje op zijn hoofd kan hem amper bijbenen.

‘Zooo,’ zeggen wij, ‘die is op oorlogspad.’ We zijn ons van geen kwaad bewust.

‘Ga jij maar,’ zeg ik tegen mijn lief en schuif hem strategisch naar voren.

Waar we het gore lef vandaan halen om in te pluggen met onze stroomkabel?! Tenminste, zoiets denken we op te maken uit de stortvloed van woorden. En dat hij van het dorpsbestuur is. Van de diverse klantenservices van beroerd leverende bedrijven hebben we geleerd dat je eerst moet meebewegen. Wim probeert hem te kalmeren, stelt zich rustig voor, probeert duidelijk te maken dat we toestemming hebben van de kustwacht, dat we best willen betalen, maar dat dat niet kan en wat nou eigenlijk het probleem is.

De stroom is voor de klussers, denken we op te maken. Het lukt ons niet om uit te leggen dat we ook klussers zijn. We besluiten om maar de wijste te zijn en onze kabel uit te pluggen.

Er zit ook nog een Griek op de splitter die Wim heeft gemaakt, maar die staat waarschijnlijk hoger in de pikorde, want die laat hij ongemoeid. Hij treft het slecht. Wim haalt de splitter weg en plugt de Griek weer in. De reden dat de man uit zijn stekker ging, was namelijk dat hij zelf stroom nodig had. Hij heeft dus geen geluk. Maar goed, hij had het ook gewoon kunnen vragen.

Bij navraag blijkt het toch verboden te zijn om stroom te gebruiken en is die alleen bedoeld voor de kustwacht. We moeten dus als een speer aan de gang om onze stroomvoorziening aan de praat te krijgen. De blikseminslag heeft de omvormer geen goed gedaan. We hebben inmiddels een nieuwe, maar hoe sluit je zo’n ding aan?


We bestellen vier nieuwe accu’s bij vriend Fotis van de marineshop. Hij laat Wim zelf bellen met de leverancier, omdat Wim wil dat ze even oud en nieuw moeten zijn, en Fotis legt het zelf ook nog eens uit in het Grieks. Dus we krijgen twee nieuwe accu’s en twee oude. Dat ontdekken we pas als we ze geïnstalleerd hebben. Wim terug naar Fotis. Fotis belt de leverancier en die belooft vier nieuwe, direct van de importeur. De man komt op de afgesproken tijd, maar wij zijn het door alle geklus vergeten en dus staan de oude accu’s nog aangesloten in het ruim. Wim baalt als een stekker en gaat later zijn excuses aanbieden bij Fotis. Die staat te bulderen van de lach. Een Griek die op tijd is en een Nederlander die te laat komt!

Met de accu’s kunnen we echter wel het 12 voltsysteem aan de praat krijgen, maar de 230 werkt nog niet. Wim heeft dus nu een laptop met lege accu en kan niet werken. Loes van uitgeverij Gideon heeft gevraagd of ik een paar stukjes wil schrijven voor een huwelijkschallenge. Dat vind ik heel leuk om te doen, maar dan moeten we wel stroom hebben. https://www.gideonboeken.nl/huwelijkschallenge

We hebben dus een probleem.

‘Plug toch gewoon in,’ zeggen de Grieken. ’Dit is Griekenland.’ We zoeken een middenweg, een soort poldermodel, en pluggen ’s avonds in en ’s morgens weer uit. Dan kan Wim ’s avonds werken. Leve de flexibele werktijden.

Het wordt steeds drukker in de haven. We hebben inmiddels sleutels van vijf boten waar we op moeten passen. Of we even een boot ‘out of use’ kunnen verklaren bij de havenautoriteiten, luchten, spullen uitlenen, even helpen met aanleggen, een fiets van een meisje wat uit Zuid-Afrika komt fietsen op een boot tillen en als ze weer terug is van een boot halen. Mathilde water geven. Mathilde blijkt een olijfboompje te zijn dat iemand aan boord heeft. Als er dan ook nog een wildvreemde jongen komt vragen of hij niet even mijn naaimachine kan lenen, ben ik er helemaal klaar mee. Iedereen moet iets van ons. Dat is natuurlijk een zeer onchristelijke gedachte. Meestal doen we het met plezier, maar soms ben je ergens te lang.

Aan de andere kant brengt de drukte ook mee dat we hele leuke, lieve en interessante mensen ontmoeten die ons leven verrijken, waar we mee lachen, kletsen en zinnige gesprekken hebben.

Een paar van die leukerds zijn Hermen en Marjolein, van de Messenger. We hebben meteen een klik met elkaar. Ook van die doe-het-zelvers. Hun buitenboordmotor is kapot. Wij hebben exact dezelfde die we niet gebruiken. Van twee slechte kan je best een goede maken. Dat geklooi heeft wat. Vooral als het ook nog lukt.

En zo rommelen we lekker door.



211 keer bekeken
This site was designed with the
.com
website builder. Create your website today.
Start Now