• anjakeesmaat

Blog 14: Koop nooit een Solis Primavera

Bijgewerkt: 26 aug 2019


We hadden gedacht dat met een paar maanden klussen het bootje wel vaarklaar zou zijn, maar dat gaat hem niet worden. Wonen en klussen op een boot is niet het meest handige plan dat we ooit hebben bedacht. Heel ons leven speelt zich af op 11 x 5.20 m. Dat lijkt overzichtelijk, maar wanneer we bezig zijn, is het vooral chaos. Waar laat je zeven ankers, twee rollen isolatiemateriaal, een berg afvalhout die volgens mijn lief echt helemaal moet worden bewaard, heel veel lappen – ook altijd handig om te hebben – en niet te vergeten gereedschap, een naaimachine, twee buitenmaatse weekendtassen met harde bodem, want dat is lekker stevig, en de blikken verf die over zijn en die we natuurlijk ook moeten houden, en nog heel veel meer?

Het komt nu vooral aan op doorgaan. En geloof het of niet, het heeft iets romantisch, dat geklooi samen. Tot nu toe zijn we best tevreden. Niet alles lukt even goed. Zo verandert de fineer in een soort bubbeltjesplastic zodra we het proberen vast te plakken. We zijn er helemaal klaar mee. Als we een tweede poging doen met de buitentafel en er weer bobbels komen, besluiten we er een laag epoxy overheen te gooien. Het zal geen schoonheidsprijs winnen, maar we vinden het acceptabel. De kleur is prachtig, we kunnen hem gebruiken en je kunt heel goed zien wat de oorspronkelijke bedoeling was. Niet alles hoeft perfect, houden we elkaar voor.

Na zeven maanden boot is het heel fijn om even naar Nederland te ga, waar ik mensen al mijn halve leven ken, aan wie ik me niet hoef voor te stellen en te vertellen waar ik vandaan kom en waar ik naartoe ga, of ik kinderen heb, en zo ja, hoeveel? Of ik getrouwd ben en zo ja, hoe vaak? Waar onze ouders wonen en de kinderen en mijn beste vrienden

Zo stap ik van de ene wereld in de andere en dat gaat moeiteloos. Alsof ik nooit weg ben geweest.

De meiden komen me van Schiphol halen. Ik zie ze staan en ik moet even wat wegslikken. Wat is het fijn om ze vast te houden en te knuffelen. De rollen zijn nu omgedraaid. Ik kom bij hen op visite. Er wordt voor me gekookt, ik kan bij iedereen slapen, ik voel me rijk. Ik logeer bij Myriam en Quint in Hoofddorp, bij Ben en Mirjam in Dordrecht, bij Karin in Leiden, bij mijn ouders, schoonouders, broer, zwagers en schoonzussen, familie en vrienden, en ik kom veel te veel tijd te kort en kan lang niet iedereen zien die ik wilde zien. Ik geniet. Maar dan wordt het weer tijd om terug te gaan naar mijn andere leventje.

Waar ik het onzalige plan vandaan heb gehaald om een koffiezetapparaat mee te nemen, zal me nooit duidelijk worden. Ik hou niet van apparaten en ik hou niet van gesjouw op luchthavens. Laten we het maar op liefde houden. Mijn lief wil al tijden zo’n machine. Het is een grote lompe doos, die ik op weg naar de bus al bijna uit mijn handen laat vallen. De Solis Primaroma red ik nog, maar mijn laptop ligt op straat. Gelukkig is het  ’s ochtends om vier uur niet druk. Ik prop het ding weer bovenop het koffiezetapparaat en haal nog net de bus.

‘Ik zit, hoor,’ app ik blij naar mijn lief wanneer ik eindelijk in het vliegtuig zit en de Primaroma in het bagagevak heb weten te proppen. Wim komt mij ophalen van het vliegveld van Kalamata, vanaf de boot een uur met de bus.

‘Haha, geintje zeker?’ appt hij terug. ‘Je komt toch morgen?’

‘Nee, vandaag.’

‘Nee hè, de bus is al weg!’ Eigenlijk zei hij iets anders, maar dat is niet netjes.

Natuurlijk kom ik wel thuis, maar dat enorme koffiezetapparaat… Ik zie er wel tegenop,

maar ik ken mijn lief. Al moet hij kruipend, ik denk dat hij er staat.

Gelukkig zijn de Grieken erg aardig. Hij heeft zo een lift te pakken en is er zelfs nog eerder op het vliegveld dan de bus.

Hij sluit me in de armen alsof ik maanden ben weggeweest.

‘Jemig, wat heb jij allemaal bij je?’

‘Een verrassing.’

We zeulen alles naar de bushalte, waar we zo staan te praten,dat we de bus pas zien als hij al voorbij is. De volgende komt over zes uur. Een beetje moedeloos kijken we elkaar aan.

‘Daar ga ik niet op wachten, hoor.


Gelukkig zijn de Grieken nog steeds erg aardig en we hebben snel een lift gevonden. Ik zit naast een enorme zak hondenvoer tegen de Griekse vlag aan die over de achterbank is gedrapeerd. De aardige man scheurt langs ’s Heeren wegen en gooit hem in een dorpje verderop nog net niet in de slip. Hij springt uit de auto, roept iets naar een man die iets onduidelijks staat te doen en sprint weer terug. ‘De bus naar Pylos komt er zo aan!’ Opgelucht halen we adem. Deze keer letten we wel op.

Had ik al verteld dat Grieken erg aardig zijn?

Dit in tegenstelling tot de mensen van Coolblue, waar ik het koffiezetapparaat heb besteld. Die doen wel erg aardig, maar dat zijn ze niet. Ze volgen gewoon de regels van de cursus die ze hebben gevolgd. ‘Klantbejegening’ of zo.

We hebben onder luid feestgedruis het koffiezetapparaat ingewijd. Het staat nu in al zijn roestvrijstalen pracht te glanzen op het aanrecht. Ik lees drie keer de gebruiksaanwijzing terwijl Wim alle knopjes al heeft uitgeprobeerd. Al onze voorbereidingen ten spijt doet het apparaat niet echt wat het zou moeten doen. De hete koffie spuit in het rond en de melkschuimer schuimt niet.

Ik spreek met Nico van Coolblue, Morad van Coolblue, Thomas van Coolblue en Noa van Coolblue. Ze vinden het echt allemaal heel vervelend voor ons dat de koffie tegen de muur zit in plaats van in ons kopje, maar ze kunnen dat helaas niet oplossen.  Hun service reikt niet tot Griekenland. Als we later de technische ondersteuning van de fabrikant bellen, verzucht de technische man die geen cursus klantenbejegening heeft gevolgd. ‘Eigenlijk, om eerlijk te zijn, is het een rotapparaat. Ze hebben wel goede hoor, maar dat zijn andere modellen.’

Maar eerlijk is eerlijk. Het staat mooi en als het ons wel lukt om de koffie op te vangen, is de koffie best lekker.

Er komt ook nog een heel pakket aan spullen deze kant op. Allemaal afgeleverd bij broer en schoonzus, die al maanden met onze troep zitten. De arme schatten. In dit geval geldt dus:‘Een goede broer is beter dan een verre vriend.’ Gelukkig worden die spullen vervoerd met DHL en als het meezit voor de deur afgeleverd.

Dan verschijnen er opeens twee knokige knieën voor het raam. Ik ken die knieën. Die zijn van de Belgische buurvrouw die een aantal maanden geleden helemaal uit haar stekker ging omdat we per ongeluk haar mooring hadden gebruikt. ‘Ook dat nog,’ denk ik gelaten. Wim is gelukkig even weg. Ik besluit om niet de confrontatie aan te gaan. Maar als het bootje dwars in de haven en op ramkoers ligt, word ik toch gedwongen om mijn veilige schuilplaats te verlaten.

‘Kun je het goed zien?’ bijt ze me toe. ‘Als ik jou was, zou ik maar naar binnen gaan.’

Ik slaak een zucht van opluchting wanneer het ding na een hoop capriolen de haven verlaat.

Ze treffen het niet, want even later begint het te regenen. Het is een speedboot met weinig bescherming en ik zie ze al snel terugkomen.

Dit is mijn kans om de buurvrouw iets gunstiger te stemmen. Ik sta gedienstig aan de kant met een glimlach die pijn doet,en geef de landvasten aan. Het gezelschap kan mijn geste wel waarderen. De buurvrouw vermijdt het om mij aan te kijken. Als dan ook nog de koelbox in het water valt, kan mijn dag niet meer stuk. Ik geef het ding een zetje in de goede richting en red zo de flessen gekoelde witte wijn.

Er moet nog een halfzijdig verlamde man van boord. Ik hou mijn hart vast en ben er op voorbereid dat ik straks het water in moet. Elke keer als hij het trapje vasthoudt, schiet de boot naar achteren en duikt hij naar voren. De buurvrouw kan nog net op tijd zijn hand losmaken. Dan hebben we even oogcontact en glimlacht ze kort. Haar zorg voor de man ontroert me. Sommige mensen lijken niet aardig, maar zijn het soms toch een beetje.




217 keer bekeken
This site was designed with the
.com
website builder. Create your website today.
Start Now